Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spillen voor spinsteentjes of breipennen? De terparbeiders noemen ze „booneters".

Fluiten van been met vijf en meer klankopeningen. 412. Meerdere in het depot.

Signaalfluitje van klinkend hard gebakken aarde, met 413. draagopening. Karolingisch. Inv. 9 no. 12. Stavoren.

S p e e 1 s c h ij f j e s (?) van been en van doorboorde pot- 414. scherven o. a. van terra-sigillata. Soort dambrik. Samengestelde exemplaren, bestaande uit drie op elkaar gelegde schijven, zijn dikwijls bekrast met enkele romaansche letters en behooren bijgevolg reeds tot de latere middeleeuwen.

Dobbelsteenen van been o. a. met vier platte 3, 2, 4, 415. 5 genummerde kanten en twee bolle ongenummerde zijden en zeskantige exemplaren genummerd als de moderne dobbelsteenen, 1—6.

Spijkers van been uit verschillende terpen. 416.

Sleutels van ijzer en brons. Van sommige komen er 417. afdrukken voor op vischnetverzwaringen. Die met lange punten dienden om veeren weg te drukken die grendels tegenhielden en werden niet omgedraaid. Meerdere in het depot. Romeinsche sleutels en die uit de Frankische periode zijn dikwijls moeilijk te onderscheiden. De kleine bronzen draaisleutel is reeds vrij laat.

Scharen van ijzer in den vorm van onze schapescharen. 418. Waaruit wel eens o. a. door Dr. Blink, ten onrechte is afgeleid, dat de Friezen veel schapen hielden. Immers het waren gewone scharen, men kende geen andere vormen. Dit neemt niet weg dat de terpbewoners wel schapen hielden, blijkens de daarvan gevonden skeletdeelen.

Lepels van hoorn, brons en been. Het model is blijkbaar 419. ontleend aan de Romeinsche lepels. De hier aanwezige bronzen lepel zou wel Romeinsch fabrikaat kunnen zijn. Meerdere van hoorn in het depot.

Drinknappen van gebakken aarde, ovaal en met klein 420. handvat. Soort lepel.

Napje vervaardigd van een menschenschedel. Inv. 22a no. 421. 70. Terp Stiens.

Unstertje of éénarmige weegschaal, van brons, 422.

Sluiten