Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Britsumer inscriptie, volgens het gevoelen van Prof. Wimmer (brief van 14 Mei 1908) uit de 6e eeuw n. C.

Zie Mr. Boeles, Ned. Spectator, 1906 no. lS en Bulletin Ned. Oudheidkundige Bond, 1906 blz. v.v., met afbeelding; S. Bugge, Das Runendenkmal von Britsum in Friesland. Zeitschrift f. deutsche Philologie Bd. XL (1908). De houtsoort is gedetermineerd door Prof. Conwentz te Dantzig.

451. Los in lokaal y.

Houten spa, met zich naar beneden versmallend vierkant blad. Terp Wetzens. Inv. 34b, no. 100. Meerdere in het depot.

452. Korte eikenhouten paal, waarvan het boveneind tot een handvat verdund is. Blijkbaar als hamer gebruikt. Terp Besseburen bij Beetgum. Inv. 46a no. 952.

Boven den ingang van lokaal 6.

452A. W a g e n r a d. Middellijn 65 cM. Gevonden bij Nijega in den grooten Noordwolder veenpolder. In de terpen komen ook dikwijls resten van wagenraden voor. Inv. 12 no. 1.

Doodenboom, schedels enz.

453. Los in lokaal 6.

Vitrine met uitgeholden boomstam, waarin het skelet eener vrouw. Den 25 Maart 1905 ontgraven aan den Zuidkant van de terp te Hoogebeintum, waar zich een grafveld voordeed, dat ook vele Saksische lijkurnen opleverde. Om den hals een snoer kralen. Overigens geene bijgaven.

De kist stond vrijwel Zuid-Oost en bevond zich met den benedenkant omstreeks 20 cM. boven A. P. en eenige nieters onder de aarde. Daarnaast stond in dezelfde richting eene met planken gedekte, grootendeels vergane kist of boomstam waarin een skelet waarbij als bijgave slechts een kam voorkwam. Het gat waaruit de eerste kist gegraven is ziet men nog op tig. III bij Mr. Boeles, de Friesche terpen, boven „te" van het onderschrift. De kist met planken staat nog in situ boven „van de", doch is op de reproductie niet duidelijk uitgevallen. Het is zeer waarschijnlijk dat de in deze kisten begravenen Friezen waren uit omstreeks de 5e en 6e eeuw n. C.

Aan den noordelijken wand van lokaal 6.

Schedels van koeien, een wild zwijn, bokken en van een

vierhoornig schaap (monstruositeit), in de terpen gevonden.

Uit de terp te Hoogebeintum.

Vak 17. 454. Hoornpit van een oeros.

Schedels van een man en van eene vrouw. Meerdere in het depot.

Sluiten