Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Skelet met bijgaven n.1. kam, drie Saksisch-Friesche fibulae 455. en twee bronzen armbandjes, 5e of 6e eeuw. Zie Friesclie terpen, fig. 23 en 27.

Twee Keltische schedels, samen met andere skeletdeelen 455A. gevonden in de terp te Lyons, ten Z.W. van Leeuwarden,

in de gemeente Baarderadeel (XIV/).

Toen de bekende Amsterdamsche anthropoloog Prof. Bolk, in Mei 1907, de terpschedelverzameling van het Frieseh Museum bestudeerde, vond hij daaronder deze twee schedels en één uit Achlum, waaromtrent hij ons schriftelijk o. a. mededeelde: „terwijl bijkans alle door mij gemeten crania, het Germaansche type zeer zuiver bezitten, vertoonen deze beide schedels (uit Lyons) het Alpine of Keltische type even zuiver als de overige liet Germaansche. Bij nader studie blijkt hetzelfde te gelden voor den schedel uit de terp te Achlum". De schedels van Lyons werden door ons ter plaatse aangekocht bij een bezoek aan de terp naar aanleiding van een bericht in de Leeuwarder Courant over het vinden van geraamten en een wagenrad.

In den keldergang onder het oude gebouw liggen eenige houten v a t e n, die als putten dienst deden in de terpen en overal veelvuldig voorkomen. Oudere potten dan Karolingische zijn er voor zoover bekend niet in gevonden.

V. Vaatwerk uit de terpen.

A. Niet-Friesche groep (omstreeks 200 vóór—100 n. C.).

In tegenstelling met het bijna nimmer versierde Friesche vaatwerk der terpen zijn de volgende stukken, op eene enkele uitzondering na, versierd met een typisch geometrisch ornament van scherp ingesneden dunne lijnen (schaakbord of gestreepte driehoekmotieven), die meestal gevuld zijn met eene witte substantie. Het geldt hier bijgevolg eene echte praehistorische versieringstechniek die eenigszins analoog is met die van het vaatwerk der eerste en oudste laag van Troje (Dörpfeld, Troja und Ilion I, S. 251). Ook daar deze ornamenten, ook daar de vulling „mit einer weissen Masse". Een aardig voorbeeld van den samenhang der beschavingsverschijnselen. Wat het hoogstaande Oosten reeds in de prille jeugd had, wel een paar duizend jaar vóór Christus komt hier eerst eeuwen later, hoogstens eenige eeuwen vóór onze jaartelling. Duitschland heeft verwant vaatwerk in de jongere Hallstatt-periode omstreeks 500 vóór Christus. Uit Groninger terpen is er nog geen enkel fragment van dien aard bekend, evenmin uit andere streken van Nederland.

Nader onderzoek zal dus dienen plaats te hebben betreffende

Sluiten