Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het systeem Martini & Hüneke, die een boven genoemd bezwaar voor- Bi.i afwezigheid komt, n.1. dat in een bepaald geval gevaar i (blz. 19 onderaan) tóch zou van druk van bestaan, niettegenstaande men met een niet-oxydeerend gas werkt. Het is, het ^ndlffe^e^te dat de beveiligende werking van het zuurstofvrije gas niet maar een aftappen der toevallige is, doch een noodzakelijke, zoodat de gevaarlijke vloeistof brandgevaaruit de kranen 4 en 5 eenvoudig niet getapt kan worden, wanneer het i>jke vloeistof zuurstofvrije gas niet in de tank en in de leidingen aanwezig is. Immers, onmogelijk, het is juist de overdruk van het gas, waardoor de vloeistof door de binnenleiding wordt geperst naar de aftapplaatsen en waardoor bij eenige breuk in de leidingen of de appendages de vloeistof belet wordt uit de leiding te komen, zooals hierboven (blz. 23) duidelijk uiteengezet is. Alleen het feit dus dat vloeistof kan worden afgetapt, geeft de zekerheid dat er geen defecten aan de installatie zijn.

Uit een en ander volgt, dat het niet voldoende is om een zuurstof vrij gas te gebruiken bij het werken met brandgevaarlijke vloeistoffen, zooals dit door sommigen wel beweerd wordt, maar dat men het in zich goede middel ook op een praktische en ter zake dienende wijze moet toepassen, wil men het doel bereiken — n.1. het absoluut veilig gebruik van brandgevaarlijke vloeistoffen.

Sluiten