Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

te vermijden en daardoor buiten de handen van den rechter te blijven. Daarbij is de installatie tot onpraktisch toe gecompliceerd, zoodat het slechts mogelijk is ze in hoofdlijnen weer te geven.

Uit de tank vloeit de benzine door leiding 2 in tusschenreservoir 3, terwijl tegelijkertijd uit tlesch 5, door leiding 4, koolzuur in tank 1 instroomt. De benzine wordt door middel van gecomprimeerde lucht 6 uit reservoir 3 geperst naar de plaats 7, waar ze moet afgetapt worden.

Deze operatie, die bij het aftappen van benzine telkens plaats vindt, wijst reeds op drie wezenlijke gevaren, die aan de installatie zijn verbonden.

ie Het inlaten van koolzuur in het hoofdreservoir of de tank is niet Toetreden van noodzakelijk alternatief met het uitlaten van de benzine, omdat ook danlucht lsrnogelljk^

1 ï^i t 1 • r 1 -ix doordat benzine

benzine naar het lager liggende reservoir q afvloeit, wanneer in plaats van , .

. . . 1 • kan w°rden

koolzuur, lucht in tank 1 stroomt. Dit toetreden van lucht is mogelijk, afgetapt< zonder

zoowel in geval dat leiding 4 lekt, als wanneer koolzuurflesch 5 niet gelijktijdige toeaangesloten is. Bij het systeem Martini <S: Hüneke (zie pag. 25) is de voer van kooikoolzuur-toevoer noodzakelijk alternatief met den benzine-afvoer, omdat zuurjuist door den d r uk v an het koo 1 zu u r de benz i n e w or dt afgetapt, zoodat de benzine niet kan worden afgetapt, wanneer niet gelijktijdig ook koolzuur instroomt.

2V De gecomprimeerde lucht, die door 6 in reservoir 3 instroomt, Scheiding van wordt bij dit systeem door een laag glycerine van de benzine gescheiden. benzlne en lucht Wanneer nu door een toeval de glycerine tot aan de aftapplaats uit het door een laag

... 1 .. , .... . glycerine, die

vat is geperst, wat praktisch bij dergelijke installaties reeds meermalen

33

Sluiten