Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige cijfers van 100 millioen liter petroleum,» die waren verbrand en 10 millioen franks aan waarde hadden doen verliezen.

De photo, b ig. 35, geeft slechts een flauw denkbeeld van de reusachtige rookwolken, die in de nabijheid der tanks als 't ware de zon verduisterden.

\

Het jongste ongeluk van dezen aard is de brand, die de benzinetanks van de Benzinlagerungs-Gesellschaft te Blexen van Maandag 8 tot Donderdag 11 Februari van dit jaar voor een groot gedeelte heeft vernield.

Aan een zeer interessant rapport over deze ramp ontleenen wij het volgende:

Te 12 uur 's middags, den 8s*en Februari 1909, begon men op de terreinen van de Benzinlagerungs-Gesellschaft te Blexen met het lossen van ongeveer L500 ton naphta uit den lichter „Zeelandia". Ongeveer drie kwartier later, derhalve te + J2? 4 uur, had in de tank, waarin het schip gelost werd, een ontploffing plaats, die het dak van de tank aflichtte. Op hetzelfde oogenblik stond de tank in brand. Nauwelijks eenige seconden later werden ook de tanks n<> 8 en no 9 aangestoken.

De installatie van de Benzinlagerungs-Gesellschaft te Blexen bestond uit 9 groote tanks en een kleine klaartank. Op den dag waarop de brand uitbrak, bevond zich in alle groote tanks naphta en wel in de 5 tanks, die achtereenvolgens in brand werden gestoken, te zamen 9500 ton. 1 wee en een halt uur n.1. nadat de eerste twee tanks waren begonnen te branden, ontvlamde de benzine in dé tanks n°s -, 6 en 7, zoodat te 3? 4 uur vijf tanks in brand stonden.

Alle tanks brandden als fakkels uit. Met uitzondering van de tank,

o }

die het eerst was aangestoken en waarbij het dak omkiepte, hielden de dakconstructies het ófwel goed uit, ofwel zij zakten langzamerhand ineen.

Het vuur brandde verschrikkelijk lel, doch met relatief weinig vlam. De rook, die ontwikkeld, werd was ontzettend, nevensstaand plaatje, Fig. 36, illustreert dit feit zeer duidelijk. Opmerkelijk bij het kolossale vuur was de gei inge wai mtestraling, men kon de geheele vuurzee op ongeveer tien pas afstand omwandelen. De brandweermannen konden aan de zijde, boven den wind, op 3 meter afstand van de tanks werken. De andere tanks, die op ïr meter afstand stonden en intact bleven, werden door de brandweer voortdurend bespoten en vertoonden op de vooruitspringende deelen, als bovenaan den rand, tegen de wenteltrappen enz., sterke ijsvormingen.

Het overvliegen van vonken, zooals dat o.a. bij het branden van katoen, \ an kaarsenfabrieken, van vellen-, jute- en houtpakhuizen tot groot gevaar van de omgeving plaats heeft, werd hier merkwaardigerwijze absoluut niet waargenomen.

Over de oorzaak van den brand bestaat nog geen volledige zekerheid. Wel is opmerkelijk, dat de brand uitsloeg, toen een der arbeiders boven op den ïjzei en tiap van de tank stond. Het was dien dag een heldere, droge vorst en de grond rondom de tanks bestaat uit zand. Door een en ander komt men gemakkelijk tot de veronderstelling, dat de man met

Sluiten