Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond tegenover den diaconessenarbeid. God spare nog lang voor de zijnen en voor zijn praktijk dezen kundigen humanen arts, wiens 25-jarig jubileum wij het volgend jaar hopen te vieren.

En spreken wij onze dankbaarheid uit tegenover hem en andere geneesheeren, die wij met name aanduidden, het zij den medici in Arnhem, en onze provincie, ja allerwege een bewijs dat wij niet achterstaan in waardeering van hun aller gewichtigen arbeid. En wij hopen zeer met de medici nog lang te mogen medewerken tot geluk van vele ellendigen.

En nu wij zoo allerlei menschen vermelden, die van beteekenis geweest zijn voor onzen arbeid, nu zouden wij wel verder willen gaan, en altijd maar namen noemen, namen van de velen, uit de hoogste en uit de laagste kringen, die veel voor ons Huis hebben gedaan en nog doen. Wij willen nog noemen de eersten uit onze provincie, en hen hulde en dank brengende, doen wij het in hen, aan geheel de provincie Gelderland, in 't bijzonder aan onze stad Arnhem. Wij bedoelen baron en baronesse Mollerus van Westkerke. De notulen vermelden dat de commissaris des Konings met zijne echtgenoote 1 0 September 1884 het Huis bezichtigden, en daarbij rondgeleid werden door ds. Creutzberg en ds. Roozemeijer.

Toen toonden zij hunne belangstelling, en zij zijn dat blijven doen, vaak op zeer bijzondere wijze. Wij zijn daarvoor zeer erkentelijk. Helaas stierf in het begin van 1909 de Commissaris der Koningin. En ook om dit feit staat ons jubeljaar in het teeken van rouw.

Wij brengen alle menschen onzen hartelijken dank, en al staat menige naam hier niet opgeteekend, hij staat toch geschreven in ons hart, en op menige bladzijde van de geschiedenis van ons Huis.

Namen noemden wij, en dat was niet om menschen te verheerlijken; maar gelijk wij in t begin reeds verklaarden, wij hebben nog eens weer trachten op te tellen al de zegeningen Gods, die wij ontvangen hebben in die 25 jaren, en onder die zegeningen ontdekten wij zoovele menschen.

Al dat noemen van namen is ten slotte slechts een uitspreken van dank aan God, die ons in en door menschen zoo rijk gezegend heeft.

Nu staan wij als aan den vooravond van onze feestviering. En terwijl ons hart niet zonder zorg is, toont God ons toch Zijn vriendelijk aangezicht

Sluiten