Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET PANTHEON.

Wie dezen reusachtigen rondbouw van wonderbare constructie heeft opgetrokken, leert ons het opschrift van het voorhof, voorheen in verguld bronzen letters, in 1894 vernieuwd van het metaal der in 1870 bij de inneming van Rome buitgemaakte pauselijke kanonnen ; M. Agrippa. L. F. Cos. Tertium Fecit. Marcus Agrippa de vriend en zwager van keizer Augustus liet het Pantheon 27 jaren vóór Christus' geboorte ter eere van alle goden bouwen. Door de keizers Septimius-Severus en Caracalla werd deze tempel 202 jaren na Christus gerestaureerd. Het was toen een schitterend luisterrijk

o

gebouw. Een menigte godenbeelden stonden er in twee

o ^ ^

rijen aangebracht, 't was in en uitwendig versierd met marmer en stucwerk, het dak was van binnen en buiten verguld 't geheel was met zware bronzen platen en

o ' o 1

ornamenten bekleed.

Acht marmeren treden gaven toegang tot het portiek met zijne 16 egyptisch granieten zuilen, waartusschen de beelden van Agrippa en keizer Augustus stonden. Na keizer Constantijn bleef het Pantheon tot 'tjaar 608 als heidensche tempel gesloten. Intusschen werd het door Romeinen en Barbaren geplunderd en beroofd, tot keizer Phocas het in 608 aan paus Bonifacius IV afstond, die het liet ontruimen en restaureeren om het daarna toetewijden aan den waren God, onder den titel van Sancta Maria ad Martyres. Dat de paus er toen 28 wagenladingen gebeenten van martelaren uit de catacomben liet heenbrengen, wordt als een fabel beschouwd. Wel werden door den paus eenige relikwieën van martelaren onder den altaarsteen geplaatst, hetgeen aanleiding gaf tot instelling van den feestdag : Allerheiligen.

Sluiten