Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ENGELENBURCHT.

Keizer Adrianus of Hadrianus, die in 117 den Romeinschen troon beklom, liet voor zich een praalgraf bouwen, dat in pracht en praal alles overtrof wat hij op zijne reizen door het Oosten en Griekenland gezien had. Daar het aan de overzij van den Tiber gebouwd werd, liet hij deze rivier overbruggen. Na zijn dood in 'tjaar 138 werd hij daar begraven. Ook zijne eerste opvolgers vonden allen daar hunne rustplaats. Volgens de geschiedschrijvers had men eerst een vierkanten onderbouw van 90 Meter lang en 31 Meter hoog met marmeren platen bekleed. Op de vier hoeken stonden verguld bronzen groepen van menschen en paarden. De zich daarop verheffende rotonde was met rijkbewerkte beelden versierd. Bovenop stond een standbeeld van Adrianus. De bronzen poort bevond zich in den onderbouw tegenover de Tiberbrug. Ook inwendig was dit mausoleum rijk en weelderig versierd. Driehonderd jaar later werd het door de Gothen geplunderd en weldra als burg of fort gebruikt. Toen in 590 de pest te Rome woedde, schreef paus Gregorius de Groote een hoeteprocessie uit, waaraan hij zelf blootsvoets in een boetepij deelnam. Biddende trok de stoet langs het graf van Adrianus, toen men plotseling in de lucht engelachtige stemmen vernam, die zongen : Regina cceli laetare, alleluia ! Kn gelijktijdig verscheen de H. Michael boven dit keizerlijk graf, zijn zwaard in de schede wegstekende. De pest hield op. Ter herinnering hieraan werd door den Nederlander Verschaffelt een bronzen St. Michaelsbeeld gemaakt en boven op het mausoleum geplaatst,dat voortaan engelenburcht genoemd werd. Na tot verschillende doeleinden gebruikt te zijn, dient de engelenburcht thans aan de Italiaansche regeering tot kazerne.

Sluiten