Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den regentijd buiten hunne oevers treden, is, om zijn afwisselenden rijkdom aan water, dicht met hout bewassen. Daarom bebouwen de bewoners van dit land weinig den grond en leven vooral van de vischvangst en de jacht. In al die meren en rivieren krioelt het van nijlpaarden en krokodillen. In de rondom liggende landen vindt men dichte kudden van verschillende soorten antilopen, van buffels, apen, zebra's, giraffen, olifanten

en wilde zwijnen. Gevaarlijke

slangen treft men overal aan. De leeuw, de hyena, de panther en de luipaard berokkenen dikwijls groote schade aan het vee der

inboorlingen. De »Koning" of liever de «Koningin'' der dieren is voor den neger de koe, op wier vleesch hij verlekkerd is,

wier melk hij

drinkt, na er De Z. E. p. V. Eijck, in 1902 overleden

eerst boter van 'n Tanganika.

gemaakt te hebben, om zich in te smeren, — en in wier huid hij zich soms kleedt. De geit wordt niet gemolken, doch haar vleesch is smakelijker dan dat van het schaap. Op den duur aan, eet zelfs de Europeaan hier liever geite- dan rund vleesch. De schapen onderscheiden zich door hun neervallenden dikken staart

Sluiten