Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit Toest. en Geb. I.

Vragen en Opgaven. 1. De hoorigen en lijfeigenen, die vrij waren geworden.

gingen meest wonen in

*2. Waardoor was een stad omringd? 3. Over de grachten lagen ; in de

muren of wallen waren 4. Hoe waren de straten in de stad? (nauw en vuil).

5. Waarvan waren vele huizen gebouwd? 6. L)e grootere woningen waren van

7. De bewoners van de steden waren meest handwerkslieden en kooplieden. 8. De wevers vervaardigden .... en ... . 9. De smeden maakten .... en ... .

10. De bierbrouwers bereidden 11. Met hun schepen haalden de kooplieden

uit andere landen en 12, Zij brachten daar en heen.

13. Door hun handel en door hun werk werden de meeste burgers

Om van buiten te leeren.

De steden na 1300.

Hooge wallen, dikke muren,

Daar omheen een diepe gracht —

Schonken aan een stad bescherming Tegen 's vijands overmacht.

Sluiten