Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeuwigd te willen zien; althans zijn verschillende portretten van hen, door Rembrandt geëtst, bekend. Een der vermaardste is de beeltenis van Jan Cornelisz. Silvius, volgens het toenmalige gebruik, den naam in 't Latijn te vertalen, genaamd Janus Silvius.

Schoon de talrijke portretten, die men bij Rembrandt bestelt, reeds voldoende arbeid voor een mensch van gewone werkkracht zouden zijn, vindt de schilder nog tijd,, verschillende genrestukken en voorstellingen uit de bijbelsche geschiedenis te scheppen. Men heeft verondersteld, dat Rembracht's leerlingen hem bij zijn werk hebben geholpen; wel zou daardoor eenigszins het groote aantal stukken, door één man vervaardigd, verklaarbaar zijn. Rembrandt liet, volgens de overlevering, zijn leerlingen in afzonderlijke kamers werken, om daardoor hun aandacht zoo min mogelijk te doen afleiden. Booze tongen hebben herhaaldelijk beweerd, dat de van overspaarzaamheid beschuldigde kunstenaar zijn leerlingen zóó in 't geheim stukken liet vervaardigen, die hij dan, van zijn naam voorzien, de wereld in zond. Ofschoon zulke practijken herhaaldelijk voorkwamen in de schilderswereld, past het toch, de praatjes van nijdige collega's of weinig scrupuleuze leerlingen onder reserve aan te nemen. Waar Rembrandt werkelijk het werk van een leerling corrigeert, ontziet hij zich niet, dien arbeid, zoo hij daardoor in waarde stijgt, met zijn naam te teekenen, maar hij laat ook dien van zijn leerling in eere. Er zijn schilderijen van Rembrandt bekend, die het vermoeden wettigen, dat weinig ervaren leerlingen de onbelangrijke partijen hebben uitgevoerd. Waar echter een onderwerp Rembrandt werkelijk bezielt, wijst de schilder iedere hulp af en zou ook werkelijk geen zijner talrijke leerlingen de kracht gehad hebben, zijn werk te evenaren, laat staan te overtreffen. We doen dan ook verstandig, niet onvoorwaardelijk alle mededeelingen over samenwerking met leerlingen te gelooven.

In 1632 maakt Rembrandt kennis met Saskia van Uylenburgh, zijn toekomstige gade. Verschillende portretten van de bevallige schoone uit dezen tijd leggen getuigenis af van toenemende belangstelling'

voor haar.

Saskia's moeder stierf in 1619, toen het dochtertje eerst zeven jaren telde. Haar vader, Lainbertus van Uylenburgh, bekwaam rechtsgeleerde en burgemeester van Leeuwarden, overleed in 1624. Saskia, volslagen weeze op twaalfjarigen leeftijd, woonde bij verschillende broêrs en zusters in en vertoefde ook een tijdlang 'en huize van haar neef, den predikant Jan Cornelis Silvius, wiens door Rembrandt geëtst portret reeds

vermeld werd.

Het is verklaarbaar, dat Rembrandt, met werk overladen en zelf

Sluiten