Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE BESCHOUWINGEN.

i. De wettelijke regeling heeft mogelijk te maken uitbreiding en verbetering van de geneeskundige behandeling en hierdoor krachtige bevordering van de volksgezondheid.

De Afdeeling Breda en 0. vindt het niet raadzaam dat in het Ontwerp wordt gemist de factor, die zorgt dat ziekten worden voorkomen. De Verzekerden hebben geen invloed op den gang van zaken en kunnen door persoonlijk initiatief daarvoor niet zorgen. De concurrentie met de erkende kassen zal meer tot gevolg hebben verlaging der premie door het drukken der honoraria en door het beperken der uitgaven voor ziekenbehandeling en voor geneesmiddelen, dan wel door het doen van groote uitgaven voor verbetering van hygiënische toestanden. In het Ontwerp wordt hierop, in tegenstelling met de Duitsche en Oostenrijksche wetgeving zelfs niet gezinspeeld. De Afdeeling acht het gewenscht, dat bepaüngen worden gemaakt, 1° betreffende het beleggen der gelden, 2° dat de Verzekeringscontroleurs niet alléén dienen tot controle op de naleving der Wet, maar ook tot het doen van voorstellen aan het Centraal Bestuur en 3° omtrent het vestigen van een Centraal Bestuur aan het Departement of bij de R. V. B., opdat dit belangrijk punt voortdurend in het oog gehouden worde. Waar het groote voordeel der Duitsche Wetgeving, de „Gegenseitigkeit", „de Generalversammlung" geleid heeft tot enorme maatregelen voor de Volksgezondheid, met name tegen de tuberculose, mag dit belangrijke punt, volgens de meening der Afdeeling in Nederland, niet ontbreken.

De Afdeeling Deventer meent dat door het Hoofdbestuur niet voldoende nadruk is gelegd op de groote beteekenis, in dit opzicht, van een centrale organisatie. De verzekering tegen ziekte staat in nauw verband met die tegen ongevallen en invaliditeit, waarom het haar dan ook gewenscht voorkomt, de leiding van het geheele verzekeringswezen aan een Centraal lichaam op te dragen. Het verband tusschen de verschillende vormen van verzekering blijft dan het best bewaard, doch vooral kan beter het groote doel dezer sociale wetten worden bereikt: de bevordering der volksgezondheid. Het Centrale lichaam zou dan krijgen het beheer over de geldmiddelen (waarborgfonds, reservefonds, eventueele winst), en kan dan aangeven op welke wijze de geneeskundige behandeling het best kan worden verbeterd .en uitgebreid (speciale hulp, ziekenhuisbehandeling, sanatoriumbehandeling, nabehandeling voor ongevallen enz.). Het kan de gelden besteden voor maatregelen, die er op gericht zijn ziekten te voorkomen. Het lichaam, hiervoor aangewezen, is volgens de meening der Afdeeling de Rijksverzekeringsbank, zoo noodig bijgestaan door een Commissie van advies en in overleg tredend met den Centralen Gezondheidsraad. De Afdeeling meent dat krachtig moet worden aangedrongen op: decentralisatie, wat betreft de locale en dagelijksche behandeling, centralisatie, wat betreft de algemeene leiding. Zij is van oordeel, dat men zich de ervaring, in het buitenland opgedaan, o.a. in Duitschland en Oostenrijk, ten nutte moet maken; ook daar wordt thans de noodzakelijkheid gevoeld de verschillende vormen van verzekering te combineeren. Het komt haar voor dat de meening, in het praeadvies geuit, dat allèèn een commissie van advies deze leiding op zich zou nemen, ten eenenmale onvoldoende is, terwijl het in het geheel niet aan te raden is een zóó belangrijke taak aan één persoon op te dragen. De Afdeeling meent dat dit breede en schoone arbeidsveld alléén kan ontgonnen worden, zooals het in het belang van het volk behoort, door een lichaam, beschikkende over voldoende hulp, over voldoende fondsen, bijgestaan en voorgelicht door een commissie met open oog voor de verschillende groote belangen, die hierbij op het spel staan.

Sluiten