Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel is gevonden om de losse werklieden tot den verzekeringsplicht te brengen, en dat de gewenschte aansluiting, wat het verleenen van geneeskundige schadeloosstelling betreft, met het zoo juist ingediend "Wetsontwerp tot verzekering tegen invaliditeit en ouderdom zoo hoogst gebrekkig is geslaagd.

De Afdeeling 'g Hertogen bosch en O. is van oordeel, dat de vrouwelijke dienstbode, die uitsluitend huiselijke diensten heeft te verrichten, niet verzekeringsplichtig behoeft te zijn.

De Afdeeling Orerrelnwe spreekt de hoop uit, dat de Minister alsnog een weg vindt ' om ook de losse werklieden, als de oeconomisch zwakkeren verzekeringsplichtig te maken.

De Afdeeling Tiel wenscht de verzekeringsplicht ook op te leggen aan losse werklieden en vrouwelijke dienstboden.

De Afdeeling Twente vindt het zeer te betreuren, dat nog zoovelen: vrouwelijke dienstboden, losse arbeiders van de verplichte verzekering zijn uitgesloten. Dezen zullen nu gedwongen worden zich te verzekeren bij ziekenfondsen, die niet erkend zijn by de Wet, bij voor de belangen der verzekerden heel slecht zorgende fondsen, die kalm doorgaan met exploitatie van patiënten en medici.

De Afdeeling Utreclit en O. acht het gewenscht de dienstboden van de verplichte verzekering uit te sluiten. Zij sluit zich geheel aan bij hetgeen over deze aangelegenheid in de Memorie van Toelichting wordt gezegd (bladz. 107 der uitgave van Mr. v. Duyl). en kan zich voorstellen dat het innen der premiën, de bepaling van het loon (dat voor een groot deel in kost en inwoning bestaat), de indeeling in loonklassen, groote moeilijkheden met zich zal brengen. Hetzelfde geldt in vrij sterke mate voor de „losse werklieden". Het door het Hoofdbestuur in zijn geheim praeadvies aanbevolen plakzegelsysteem heft het bezwaar niet op, dat de werkgever zyn aandeel in de premie niet betaalt. Zij kan zich dan ook op dit punt beter vereenigen met de beschouwingen van de Memorie van Toelichting.

De Afdeeling de Vecht en ü. betreurt met het Hoofdbestuur het niet verzekeringsplichtig zijn der losse werklieden. Zij spreekt den wensch uit, dat uit deze groote groep althans, dat gedeelte der losse werklieden nog wel kan worden opgenomen, hetwelk alleen door den aard van het werk (bijv. bootwerkers) niet aan het kenmerk „vast werkman" voldoet. Een ander gedeelte er van kan gevoegelijk gerekend worden onder de rubriek „geneeskundige armenzorg" te behooren. Tevens verzoekt de Afdeeling het Hoofdbestuur nota te nemen van een eventueel streven der losse werklieden zeiven, wanneer dezen mochten trachten de weldaden dezer Wet deelachtig te worden, en dit streven zoo mogelijk te steunen. Verder verklaart zij zich homogeen met de afkeuring der uitsluiting van de vrouwelijke dienstboden, die uitsluitend huiselijke diensten verrichten. Naast het juist zoo noodzakelijke haar verzekering, wil de Afdeeling tevens wijzen op het moeilijke toezicht om vast te stellen dat de dienstbode uitsluitend huiselijke diensten verricht, en de wanverhouding die er uit voortvloeit. Immers zal bijv. een boerendienstbode, die melkt of kaas helpt maken, verzekeringsplichtig zyn, evenzoo de meid van den dorpsbakker, die wel eens brood, van den dorpsdokter, die wel eens medicijnen bezorgt enz.

De Afdeeling Yoorne en Pntten meent dat het facultatief stellen uitsluitend van een geldelijke schadeloosstelling by ziekte van de losse werklieden een belangrijke verbetering zou zijn.

De Afdeeling Walcheren acht de motiveering der uitsluiting gezocht en onwaar. Medisch bekeken is voor die klasse van arbeidsters opneming een dringende eisch.

De Afdeeling Zaanland vindt de uitsluiting der dienstboden niet wenschelijk.

Sluiten