Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Afdeeling de Yecht en O. acht den termijn van 14 dagen te kort by het in werking stellen der Wet. Of de vernieuwing daarvan in Art. 235 nu voldoende zal kunnen zyn, wenscht zy in het midden te laten.

Art. 38.

De Afdeeling de Vecht en O. kan slechts onder voorbehoud een beslissing nemen omtrent de door het Hoofdbestuur voorgestelde wyziging. Was deze wijziging voorgesteld met het oog op een elders (blz. 17 praeadvies) uitgesproken meening van het Hoofdbestuur, dat het voldoende zou zyn voor den verzekeringsplichtige om een verklaring over te leggen van zyn huisdokter, waaruit blykt, dat zyn gezondheidstoestand geen bezwaar is om tot een verzekering te worden toegelaten, dan is de Afdeeling het daarmede niet eens. In Art. 36, al. 2, toch is den te verzekeren persoon het recht gegeven ingeval van ziekte, als bedoeld in Art. 24<2, een verklaring van zijn huisdokter over te leggen, waaruit zyn ziekte blykt; hierdoor is hem dus de soesah van een vrij wel overbodig onderzoek van een door den verzekeringscontroleur aan te wyzen deskundige reeds bespaard. Juist die eenvoudige gezondheidsverklaringen hebben de sympathie der Afdeeling niet. Waar genoemde verklaringen van den medicus steeds iets tegen de borst stuitends hebben, kan zij h. i. niet genoeg waardeeren de omstandigheid, dat de Wet ze niet vraagt. Integendeel de Wet verbiedt uitdrukkelijk bepalingen in de statuten der te erkennen ziekenkassen, waarvan de strekking is te voorkomen, dat zieke personen worden opgenomen (art. 53&). Zeer juist en geheel daarmede overeenkomstig moet by een al of niet verzekeren, niet de te verzekeren persoon doen constateeren dat hij gezond is, doch de kas moet constateeren dat hij ziek is. Mocht het Hoofdbestuur een andere reden gehad hebben om deze wyziging voor te stellen, zoo is deze de Afdeeling ontgaan, en betreurt zy het, dat deze niet vermeld werd. Deze geheele uitweiding had dan wellicht achterwege kunnen blijven.

Art. 36.

De Afdeeling Zntphen en O. wenscht schrapping van de woorden: „indien de verzekeringscontroleur daarmede genoegen neemt", resp.: „die verklaring voldoende acht". De mogelijkheid moet niet bestaan, dat een leek als de verzekerings-controleur zich op medisch terrein beweegt.

Art. 38.

De Afdeeling Alkmaar en O. betoogt dat, wanneer niet een bepaling in de Wet wordt opgenomen als door haar bedoeld, de verzekerde vrij behoort gelaten te worden op vaste tijden, b.v.: 1 maal 'sjaars, van ziekenkas te veranderen.

Art. 38, sub i.

De Afdeeling Alkmaar en O. meent dat er in de Wet behoort te worden bepaald welke de gevallen zijn, waarin de ziekenkassen, die naamlooze vennootschappen of vereenigingen zijn, een verzekering kunnen doen eindigen.

Art. 40.

De Afdeeling Alkmaar en O. vindt dat deze bepaling een doode letter zal blyven, wanneer niet de splitsing voorgeschreven wordt, bedoeld in opmerking 4.

Art 45.

De Afdeeling de Yecht en O. wijst er op dat uit den inhoud van dit artikel volgt, dat, voor het geval een vast werkman ziek is en gedurende deze ziekte ophoudt vast werkman te zijn, en hy van dat ophouden geen aangifte doet ten kantore van de ziekenkas binnen 5 dagen — hetzij dat dit verzuim zijn oorzaak vindt in de onmogelijkheid daartoe tengevolge van zijn ziekte (de patiënt is o.m. buiten kennis), hetzy in de omstandigheid, dat het ontslag niet te zijner kennis is gekomen — die zieke werkman verstoken zou zijn van de in zijn voordeel gemaakte bepaling van Art. 39. Om deze reden acht zy het noodzakelyk, dat hieromtrent eene nadere regeling getroffen wordt.

Sluiten