Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het Bestuur van de ziekenkas, is de eenige man, die een ondernemers-ziekenkas kan nagaan, de verzekeringscontroleur. Verder meent de Afdeeling dat alle vrees bestaat voor de oprichting van nog een ander soort ziekenkassen. Waar kleinere ondernemers niet elk een ondernemers-ziekenkas kunnen oprichten, daar kunnen zy, door zich te vereenigen, een onderlinge ziekenkas tot stand brengen. In Duitschland zijn dergelijke ziekenfondsen bekend onder den naam van „Innungskrankenkassen". Waar de „Ortskrankenkassen" ontstaan dooreen vereeniging van werklieden, ontstaan de „Innungskrauken-kassen" dus door een vereeniging van werkgevers. Zij staan bekend als de slechtste ziekenfondsen, die er zyn, en alles wat door de Afdeeling is gezegd ten nadeele van kl'eine ondernemers-ziekenfondsen, is op deze kassen van toepassing. Een nadere bevestiging van deze meening vindt de Afdeeling in het feit, dat de „Innungskrankenkasse" te Berlijn een belangrijk geringer bedrag aan ziekengelden heeft uit te betalen dan de „Ortskrankenkasse", blijkbaar onder invloed van de patroons. Waar in Amsterdam de directies der Veemen reeds een onderlinge vereeniging hebben opgericht tot het uitkeeren van ziekengeld aan de aan hun bedryf verbonden werklieden, is er slechts één stap noodig om daaraan ziekenbehandeling toe te voegen. Zy acht het verder niet overbodig er op te wijzen, dat in tyden van werkeloosheid de ongehuwden de ziekenkas . zullen verlaten, en dat door het blijven van de gehuwden met hun gezinnen het risico voor de ziekenkas belangrijk zal toenemen.

De Afdeeling Deventer en O. is van oordeel, dat bij de ondernemers-ziekenkassen eveneens de samenstelling van het Bestuur, de contracten met geneesheeren en apothekers, de honoreering, in overeenstemming moeten zyn met het bepaalde ten opzichte van andere kassen.

De Afdeeling Gorinchem en O. begrypt niet volkomen de plaats van de ondernemersziekenkassen in het Ontwerp. De industriëele ondernemingen toch, die juist het door het Ontwerp gestelde minimum, verzekeringsplichtigen by hun ziekenkassen zullen kunnen verzekeren, worden hier te lande reeds tot de groote gerekend. Voor het kleine getal, byna met name aan te wyzen, grootere, een „Sonderstellung" te scheppen, acht de Afdeeling een onnoodige versnippering der af te sluiten risico-contracten — terwijl zij de kapitalen, die in den vorm van door de ondernemers te storten zekerheidsstellingen aan de industrie onttrokken worden, daar beter te gebruiken meent. Hoewel de Minister in de Memorie van Toelichting het bestendigen der ondernemers-ziekenkassen in het Wetsontwerp met een beroep op hun aanwezigheid en de over het algemeen bevredigende wyze van werken verdedigt, schijnt hij zelf, te oordeelen naar de in details afdalende voorschriften van de op zijn voordracht goed te keuren statuten, niet volkomen gerust, dat die kassen in alle deelen zullen voldoen aan het doel, dat hij zich met het Wetsontwerp voorstelde. Acht dus de Afdeeling het bestaan der ondernemers-ziekenkassen in het ontwerp een onnoodige complicatie, zij wil, wordt het Ontwerp, wat dit punt betreft, zooals het daar ligt, wet, met klem wijzen op het gevaar, dat het principe der vrye artsenkeuze vooral van de zyde van deze ziekenkassen dreigt. Al is toch by het Wetsontwerp het aantal stemmen, dat de werkgever in het Bestuur deikas in de Algemeene Vergadering uitbrengt, gesteld beneden dat der verzekeringsplichtigen, zyn moreel, intellectueel, maar vooral economisch overwicht zal het hem gemakkelijk doen vallen het nut dezer bepaling illusoir te maken. Bij ervaring weet men (zie o.a. Dr. Burger's artikelen in het Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde) dat de invloed van den werkgever in die gevallen vooral drukt op de vrijheid der werklieden in het kiezen van hun arts, een vrijheid, die op ethische gronden even zeker onaangevochten behoort te zijn, als zij voor het bestaan van goede intercollegiale verhoudingen by de geneesheeren noodzakelijk is. Daarom zou de Afdeeling aan Art. 97 der Wet onder letter f willen toevoegen dat de erkenning van een ondernemersziekenkas niet wordt verleend, indien niet uit de statuten uitdrukkelijk blijkt, dat de vryheid der artsenkeuze voor de werklieden is gewaarborgd. De Afdeeling komt dan ook tot de conclusie, dat de ondernemersziekenkassen gemist kunnen worden en wel:

1°. omdat zij de risicocontracten versnipperen en daardoor den goeden gang van het verzekeringsbedrijf in gevaar brengen;

2°. omdat de Statuten, ondanks de eischen door het Wetsontwerp aan hun inhoud gesteld, geen voldoenden waarborg geven tegen het misbruik, vooral van het economisch overwicht van den werkgever ten opzichte der verzekeringsplichtigen;

5

Sluiten