Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Afdeeling Amsterdam nam in haar Buitengewone Vergadering van 30 Juni met algemeene stemmen de volgende motie aan:

„De Geneeskundige Kring spreekt als haar overtuiging uit, dat ook de uitsluiting wegens een ziekte, welke het gevolg is van het herhaald misbruik maken van sterken drank — bedoeld in Art. 159 van het Ontwerp Ziekteverzekeringswet 1905 — behoort te vervallen, en dat het wenscheljjk is, dat hierop nog eens duidelijk door het Hoofdbestuur worde gewezen".

De Afdeeling Dordrecht en O. is van oordeel, dat gevallen ten gevolge van drankzucht geen behandeling zouden krijgen, uit de Wet behoort te vervallen.

De Afdeeling Friesland wenscht de bepaling, dat ziekte, welke een gevolg is van misbruik maken van sterken drank, de aanspraak op ziekengeld doet verlieren, te laten vervallen.

De Afdeeling Gorinchem en O. wijst er op, dat het herhaald misbruik maken van sterken drank in vele gevallen niet anders dan een symptoom is van een pathologische geestestoestand, waarbij nog komt dat het inhouden van ziekengeld (dus niet van geneeskundige behandeling) vooral drukt op het gezin, dat toch geheel onschuldig aan de oorzaak van de ziekte is. De uitsluitingtoets is dan tegenover den patiënt op medische gronden evenmin verdedigbaar als op billjjkheidsgronden tegenover het gezin.

De Afdeeling 's Gravenhage en O. constateert met genoegen dat de oorspronkelijke bepaling, waarbij de verzekerde werd uitgesloten van het recht op schadeloosstelling by een ziekte, die het gevolg is van herhaald misbruik van sterken drank of van ontucht, is vervallen. Tegen de bepaling in het gewijzigde Ontwerp, dat geen ziekengeld zal worden uitgekeerd bij ziekte, die het gevolg is van het herhaald misbruik maken van sterken drank, bestaan bij de Afdeeling ook nog bezwaren. In de eerste plaats moet niet uit het oog verloren worden, dat de drankzucht zelf als een ziekelijke afwijking beschouwd moet worden. In de tweede plaats kan van een dergelijke bepaling als preventief middel van drankbestrijding weinig effect verwacht worden. En -ten slotte kan de toepassing van deze wetsbepaling tot veel moeilijkheden aanleiding geven bij de beoordeeling van de vraag in hoeverre een bestaande ziekte al of niet als het gevolg van herhaald misbruik maken van sterken drank moet beschouwd worden. Daarom zou zij deze bepaling liever uit het Ontwerp zien verdwijnen.

De Afdeeling 's Hertogenbosch en O. meent dat de aanspraak op ziekengeld niet mag vervallen wegens een ziekte, welke het gevolg is van herhaald misbruik maken van sterken drank.

De Afdeeling Njjmegen en O. wenscht deze bepaling te zien vervallen, omdat iemand, vroeger alcoholist geweest zijnde, na verbetering van leefwijze, toch wel een ziekte kan hebben, die het gevolg is van het vroegere alcoholmisbruik.

De Afdeeling Oldambt vereenigt zich met de beschouwingen van het Hoofdbestuur en meent dat ook aan hen, die lijden door drankmisbruik, ziekengeld moet worden uitgekeerd.

De Afdeeling Tiel acht opheffing der uitsluiting van alcoholisten, benevens duidelijke voorschriften omtrent de behandeling van geverbaliseerden, resp. veroordeelden of gevonnisten noodig.

De Afdeeling de Vecht en Omstreken verklaart: Dit artikel mist onze sympathie, niet alleen wegens een mogelijk conflict met het ambtsgeheim, doch ook al, omdat er slechts weinig ziekten zijn, waar met zekerheid dit aetiologisch moment als uitsluitende ziekteoorzaak kan vastgesteld worden.

De Afdeeling Walcheren acht de uitsluiting geheel verkeerd. Drankzucht is geen zonde, maar ziekte, en hoe eerder de Wetgever dit aanneemt, des te gelukkiger voor de samenleving.

6

Sluiten