Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Afdeeling West-Friesland heeft met groote verwondering gelezen de opinie van het Hoofdbestuur ten opzichte van deze uitsluiting en verwijst naar het door een harer leden daaromtrent gepubliceerde in het -Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, van 8 April 1905 waarmede z\j volkomen accoord gaat. '

De Afdeeling Zaanland betreurt de niet-uitkeering van ziekengeld b\j alcoholisten.

De afdeeling Zwolle en O. is van oordeel, dat de laatste alinea van art. 159 onhoudbaar is. Het is niet alleen inhumaan en onverstandig om personen, die ziek zijn ten gevolge van chronisch alcoholisme, zonder steun te laten, maar in de praktijk zal die bepaling toch meestal een doode letter blijven, want het medisch geheim gebiedt den medicus stilzwijgen, en het zal hem bovendien dikwijls moeilijk vallen een absoluut zeker oordeel te vellen over het aetiologisch verband, nog daargelaten, dat achter den zieken alcoholist zyn gezin staat en dit mede getroffen wordt.

De afdeeling Zntphen en O. zegt dat de laatste alinea van art. 159 niet gehandhaafd kan blyven, onder meer redenen, omdat schending van het medisch ambtsgeheim alleen de uitvoering van deze bepaling mogelijk maakt.

Art. 159, a, b en c.

De afdeeling Arnhem gaat geheel met het Hoofdbestuur mede.

Art 183.

De afdeeling Arnhem is het in alle onderdeelen met het Hoofdbestuur eens.

De afdeeling Deventer en O. kan zich geheel vereenigen met het voorstel van het Hoofdbestuur om hier de regeling der vrije artsenkeuze in te lasschen, met dien verstande, dat ieder in Nederland bevoegd geneeskundige, die zich aan de Statuten onderwerpt, zich kan laten inschrijven.

De afdeeling Oldambt onderschrijft het gevoelen van het Hoofdbestuur, aldus verstaan, dat een geneesheer zich niet alleen mag verbinden bij de districtsziekenkas, in welks gebied hij gevestigd is, maar ook bij een naburige zulks in verband met de tot dusver nog niet geregelde vaststelling der grenzen van ieders gebied ten plattelande.

Art. 164, alinea B.

De afdeeling Walcheren acht dat subsidieering van Rijkswege, voornamelijk bij onmacht om de premie te betalen, de goede werking der Wet zal bevorderen.

De termijn van uitkeering van het begrafenisgeld, dertig dagen, te rekenen van den dag der begrafenis, is te lang. De uitkeering dient zoo spoedig mogelijk te geschieden, omdat de begrafeniskosten gewoonlijk è, contant voldaan worden.

Sluiten