Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Strafbepalingen.

HOOFDSTUK IX.

Van de vrijwillige verzekering bij de districtsziekénkassen.

Abt. 234.

De Afdeeling Arnhem en O. zou wenschen dat de flnantiëele administratie van de erkende ziekenkassen, ook wat de afdeeling vry willige verzekering betreft, werd gebracht onder Staatstoezicht en werd verricht door den verzekeringscontroleur, die de Ryksverzekeringsbank op de hoogte moet houden van de iinantiën.

De Afdeeling Breda en O. acht het gewenscht omtrent vrijwillige verzekering by districtsziekenkassen, zoowel voor oorspronkelijk losse werklieden als voor accidenteel losse werklieden en invaliden, dat de mogelijkheid bly ve bestaan zich voor een gedeelte, by voorbeeld de helft der premie, te verzekeren voor geneeskundige behandeling, ziekenhuis-behandeling, geneesmiddelen, begrafenis- en kraamgeld, overeenkomstig het Zwitsersche stelsel. De ingewikkelde scheiding der kassen, door het Hoofdbestuur gewenscht, is dan niet noodig.

De Afdeeling Walcheren meent dat, zoolang men niet weet wat te verstaan is onder de voorwaarden, en met in achtneming van de bepalingen, by Algemeenen maatregel van Bestuur te stellen, de vrijwillige verzekering grooten misstand kan brengen in de praktijk ten plattelande. Wordt elk ingezetene tot 1200 gulden inkomen toegelaten tot de vrije verzekeringskas, dan kan de buitenpraktijk op tal van plaatsen geen bestaan meer opleveren. Noodig is te bepalen, dat het inkomen, verkregen in loondienst de verdienste van een vast werkman in dat district te boven gaat.

De Afdeeling Zeeuwsch-Vlaanderen W.-D. wil dat de Staat zich ook aansprakelijk stelle voor de voldoening van door deskundigen gedane diensten.

HOOFDSTUK X.

Overgangsbepalingen.

HOOFDSTUK XI.

Slotbepalingen.

a

Sluiten