Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaald der dienstkringen, onder het toezicht van eenen inspecteur te stellen, en de standplaatsen door deze in te nemen.

De werkkringen en standplaatsen der inspecteurs, niet met toezicht over eenen dienstkring belast, worden hun door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen.

Art. 12.

Bij ontstentenis of tijdelijke verhindering worden de werkzaamheden van den inspecteur waargenomen door een zijner ambtgenooten -of door een der plaatsvervangende inspecteurs, een en ander door Onzen Minister voornoemd aan te wijzen. Duurt de waarneming der inspectie door eenen plaatsvervangenden inspecteur vier weken of langer achtereenvolgend, dan heeft deze voor den tijd zyuer waarneming aanspraak op eene belooning, overeenkomende met de helft van het bedrag van de bezoldiging des inspecteurs, wiens plaats tijdelijk door hem wordt vervuld.

Art. 13.

De inspecteur kan mits met voorafgaande goedkeuring van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken aan de plaatsvervangende inspecteurs de behandeling of het onderzoek van bepaalde tot zijnen werkkring behoorende onderwerpen opdragen.

Art. 14.

De inspecteur dient gevraagd of ongevraagd van advies aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, aan Gedeputeerde Staten der provincie of provinciën en aan de besturen der gemeenten en andere autoriteiten binnen zijnen dienstkring.

Deze besturen treden wederkeerig met hem in overleg omtrent alles wat tot de in art. 1 vermelde onderwerpen betrekking heeft.

Art. 15.

Wanneer onderwerpen van plaatselijke verordeningen, zorg voor de volksgezondheid of voor de ziekenverpleging ten doel hebbende, of wel voorstellen tot wijziging of intrekking van zoodanige verordeningen bij den gemeenteraad aanhangig worden gemaakt, legt het gemeentebestuur bij zijne voorstellen aan den gemeenteraad het daaromtrent van den inspecteur ingewonnen advies over, en doet van de door den raad genomen beslissingen mededeeling aan den inspecteur.

De gemeentebesturen zenden hem opgave der in hunne gemeente overledenen, op daartoe door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken voorgeschreven tijd en wijze.

Zij geven hem kennis van de vestiging, het vertrek, het overlijden van en van het neerleggen der praktijk door eenen geneeskundige, tandmeester, apotheker of eene vroedvrouw in hunne gemeente.

Art. 16.

Bij het voorkomen van de volksgezondheid bedreigende of buitengewone sterfte veroorzakende ziekte wint de inspecteur, hetzij persoonlijk, hetzij door tusschenkomst van eenen plaatsvervangen den inspecteur de noodige inlichtingen in omtrent haren aard en hare uitbreiding, en beraamt met de bevoegde overheden , bestuurders vau inrichtingen, gezondheidscommissiën, plaatsvervangende inspecteurs of geneeskundigen, de noodige maatregelen.

Art. 17.

Hij viseert kosteloos de bewijzen van bevoegdheid van hen,

Sluiten