Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

polder, buigt dan naar het Oosten en loopt tusschen St. Pancras en Broek op Langendijk door. Voor ruim 20 jaar twijfelde men er sterk aan of deze lichte gronden voor de koolcultuur geschikt zouden zijn. Sedert is gebleken dat door het graven van sloten en het bemesten met slib en kunstmest! ze s de zand-, maar vooral de lichte zavelgronden ervoor geschikt opmaakt kunnen worden. De landprijzen zijn in die jaren van ± / 1000 per hectare, gestegen tot / 3000.-. Nog later, omstreeks 1890, heeft zich de koolbouw ook over den Huiswaarder-, den Vroonermeer- en den Öudorper polder verbreid. Elk jaar worden daar stukken grasland omgeploegd.

De Daalmeerpolder is ook nog maar eenige jaren geleden van grasland tot bouwland omgewerkt.

In het Noordelijk deel van St. Pancras is men wegens het sterk optreden van draaihartigheid tegenwoordig reeds flink aan het toepassen van wisselbouw. Om het andere of om de twee jaar teelt men in plaats van kool: aardappelen, wortelen, uien, of bieten. Door deze ziekte is de teelt van latere bloemkoolsoorten onmogelijk geworden. Dit is de reden, dat men hier, en ook in het Zuidelijk deel van Broek en in Koedijk, slechts de vroegste soort van bloemkool kweekt, n.1. die, welke in Januari wordt gezaaid en in April verplant. Deze soort blijft vrij van draaihartigheid. Men is er in geslaagd, wij zagen het reeds in Schoorldam, ook van de verschillende soorten van sluitkool, vooral van roode, zeer vroege rassen aan te kweeken, die voor den winter gezaaid, en reeds in Maart op 't veld gebracht worden. Sluitkool leent zich voor vervroeging minder goed dan bloemkool, en deze planten zijn dikwijls slechts eenige dagen vroeger klaar, dan die, welke in Februari in bakken worden gezaaid. Deze laatste wijze van zaaien wordt dan ook het meest toegepast; men bereikt er zijn doel mee, n.1. schade door draaihartigheid te voorkomen. De latere soorten roode, witte en gele, hebben veel van die ziekte te lijden. Gele kool stelt hooge eischen aan den grond, en kan daarom minder goed te St. Pancras geteeld worden. Voor nateelt gebruikt men derhalve meestal witte kool. Wel wordt in den Vroonermeer, waar het land vochtiger is, veel gele kool verbouwd. Verder naar het Zuiden worden alle sluitkoolsoorten van verschillende oogsttijden gekweekt. De draaihartigheid was er in 1905 nog niet doorgedrongen. Nieuw land draagt daar dikwijls 7 of 8 jaar achtereen kool, voordat men met uien afwisselt. Tenminste, als het niet met knolvoet behebd is x).

') Door sterk mesten met slib wordt de knolvoet in eenige jaren overwonnen. Vele landbouwers beweren, dat ook door het zetten van uien Plasmodiophora verdwijnt.

Sluiten