Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik blikken kistjes laten maken, cylindervormig, met overvallend, sluitend deksel. In het deksel zijn 7 ronde gaten gemaakt van 18 mM. wijdte, met een opstaand blikken randje, dat gemakkelijk met een wattenprop kan worden afgesloten. De gaten bevinden zich op de hoekpunten en in het centrum van een regelmatigen zeshoek met een zijde van 7 c.M. Nadat het apparaat bijna tot het deksel met, van plantenresten gezuiverden, Langendijker grond was gevuld, gesteriliseerd en op behoorlijken graad van vochtigheid gebracht, werd in het centrale gat met een steriele, glazen buis wat grond weggestoken, en hierin gebracht sterielen grond, met Phoma oleracea besmet. Bij de temperatuur van de buitenlucht liet ik de kistjes staan. Na resp. 1, 2, 3 en 4 weken werden uit de periphere gaten monstertjes gestoken met een steriele, glazen buis. De uitgestoken grond bleek in alle gevallen nog steriel te zijn. De zwam groeit dus niet noemenswaard door den grond, daar in 4 weken tijds geen uitbreiding over een afstand van 7 c.M. kon worden aangetoond. (Proef meerdere malen genomen.)

Passief wordt de zwam dus verspreid.

Geschiedt dit door de lucht? In 1905 heb ik op verschillende tijden 24 steriele agar-cultuurplaten op de koolvelden van 5 tot 15 minuten aan de lucht blootgesteld; 12 vóór het verrichten van een inspectie, en 12 na het verrichten van zulk een bezigheid, dus wanneer verschillende vallers waren uitgetrokken en de sporen in de lucht konden zijn verspreid. Echter heb ik, bij herhaaldelijk overenten van de zich ontwikkelende fungi, geen Phoma oleracea gevonden. Een hoofdfactor in het transport van dezen fungus vormt de atmosfeer dus zeker niet.

De koolvlieg en ook andere insecten hebben in de vorige hoofdstukken reeds veel van zich doen spreken als waarschijnlijke daders in dezen. Zoo zij terecht beschuldigd zijn, moet van de uit „vallers" opgekweekte vliegen de zwam te verkrijgen zijn. Ik liet derhalve zulke vliegen, nadat zij in een glazen, met gaas gesloten vat waren gekweekt, en nadat zij eenige malen over hun verlaten pophuid hadden heengeloopen, ontsnappen in glasschaaltjes met agar-cultuurplaten. Onder de fungi en bacteriën, die op deze platen opkwamen, bevond zich o.a. Phoma oleracea Saccardo, zooals na overenten en bij verdere cultivatie bleek.

De mensch ten slotte, transporteert ongetwijfeld de zwam. Met de klompen en werktuigen der boeren wordt zij over kleinere, met den koolhandel over grootere afstanden vervoerd. Met het zaad schijnt zij zoo goed als niet te worden overgebracht. Proeven met zaad, waarvan vallers waren gekomen,

Sluiten