Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikkere en dunnere vaatbundels wprdt daarbij geraakt. Legt men dergelijke afgesneden plakken in een vochtige kamer, dan vormt zich callus overal waar het vaatbundelphloëem is blootgelegd.

De koolbouwers maken van het vermogen tot herbeworteling gebruik bij het kweeken van hun zaad, door de kooien eenvoudig op den vochtigen grond te plaatsen. Om bij de selectie zoo zeker mogelijk te zijn, dat ook de stronk van binnen zuiver is, kweeken zij bij voorkeur zaad van de beste afgesneden kooien, ook al brengen deze quantitatief minder op, dan de planten, die niet van hun wortelgestel beroofd zijn (zie hoofdstuk III, blz. 46).

De laatste soort van verwondingen en de belangrijkste voor ons doel, de boorgangen in de zachte weefsels der wortels, wordt door koolvlieglarven aangebracht. Vroeger werd door verschillende auteurs aangenomen, dat Anthomyia Brassicae de knolvoeten in de kool veroorzaakte. Sinds het onderzoek van Woronin in 1876 (l.c.) is die meening echter onhoudbaar geworden. Het is mij gebleken, dat de graad van aantasting door de koolvlieglarve zeer verschillend kan zijn. De jonge, pas uit het ei gekropen larven, raspen met de sterke, haakvormig gekromde kaken, een gat in de oppervlakte van den wortelhals. Zij boren zich vervolgens mijnen, die met een slijmachtig vocht, door de. plant afgescheiden, zijn gevuld. Er zijn gangen, die, door hun wijdte en verloop, blijk geven door Anthomyia te zijn teweeggebracht, die echter vrij spoedig zijn verlaten, zich niet ver uitstrekken en niet met gangen van. andere soortgenooten in verbinding staan.. Bij zulke holten heb ik, zoo zij in de weeke deelen der schors en der mergverbindingen voorkwamen, genezing door wondkurk en callus waargenomen. Bij de callusvorming heeft een zeer geringe opzwelling, somtijds openbarsting der oppervlakte plaats. Wanneer zulke kleine gangen het hout raken, of door het oppervlakkig gedeelte van den houtcylinder gaan, wordt dit bruin en krijgt de eigenschappen van wondhout, terwijl het cambium, zooals dat in de figuren- 42 en 43 is voorgesteld, aan den rand van de wond omgroeiing, en daardoor genezing, tot stand brengt. Zeer dikwijls komen er echter meerdere mijnen in een wortel voor en deze doortrekken alle zachte weefsels. Zij kunnen zich dus uitstrekken overal in de, door primaire schors en primaire mergverbindingen gevormde krakeling (zie fig. 7, PI. II), en in het onverhout parenchym der secundaire mergstralen, dus overal waar zich zijwortels vormen (fig. 9). Hierbij worden gewond de onverhoute parenchymverbindingen tusschen de mergstralen en het merg der zijwortels. Behalve het onverhout gedeelte, wordt evenwel ook het in de buurt zijnde hout min

Sluiten