Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook bij wondinfectie is dit met het microscoop waar te nemen. De lichtbruine verkleuring in de weefsels, op welke de zwam inwerkt, strekt zich altijd eenige cellen verder uit, dan de infectiehyphen zijn doorgedrongen.

Die eerst gele, dan bruine kleur wordt veroorzaakt door gummose degeneiatie. Stukjes van het gebruinde, parenchymatische weefsel geven, wanneer men ze drukt op gevoelig lakmoespapier, alkalische reactie, terwijl gezond parenchym zuur reageert. De gele kleur treedt het eerst op in de hoeken van de celwanden, bij de intercellulaire ruimten, de middenlamel zwelt daar eenigszins op, wat een zeer typisch beeld geeft. De geelgekleurde gedeelten lossen, in tegenstelling met den normalen wand, niet op in zwavelzuur. Als de gele kleur overgaat op de rest van den celwand, is vooral goed waar te nemen, dat de middenlamel het eerst wordt aangetast. Inwerking van zwavelzuur en jodium verduidelijkt dit nog, daar dan de middenlamel bruin, de rest van den wand blauw gekleurd wordt. Vervolgens worden ook de, aan de celholte grenzende celluloselagen aangetast. Op plaatsen waar de zwam langeren tijd heeft ingewerkt, hebben de cellen elkaar losgelaten, de wand is zwartbruin en geplooid. Nog later, in kankerplekken, waarop zich pykniden gevormd hebben, ziet men alleen nog maar ineengestrengelde myceliumdraden. Fig. 41, een doorsnede voorstellend door het pyknidendragend blad van fig. 33, laat aan het verloop van de hyphen zelfs nog den oorspronkelijken intercellulairen groei herkennen. Enkele gomachtige massa's vormen het overschot van het parenchymatisch weefsel.

De verhoute elementen bieden langer weerstand. Zij worden wel direct bruin gekleurd, maar de middenlamel lost niet merkbaar op, evenmin als de secundaire lagen. Zij vullen zich echter met een bruine gom. Dit is vooral in het protoxyleem en de vaten van den eersten jaarring in zoo hooge mate het g'eval, dat men hier op doorsnede een bruinzwarten ring, uit stippen samengesteld, ziet in het overigens bruine weefsel. Hieruit mag niet de gevolgtrekking gemaakt, worden, dat de zwam in de vaten sneller gioeit, dan in het paienchym, want dit is niet het geval. De g*om, die de vaten vult, is hard, zooals men merkt aan de groeven, die het mes er bij het snijden in heeft aangebracht.

Ook om de vaten is het parenchym bruin. Dikwijls heeft zich hier een cylindeitje van kurk om het vat gevormd (fig. 45). Alle bruine wanden en inhoudsstofïfen van het hout kleuren zich met phloroglucine en zoutzuur rood.

Wanneer men het hier beschreven hout vergelijkt met wondhout, dat zich zonder /'/^öw^aantasting heeft gevormd, dan bemerkt men, dat er in 't geheel geen eigenlijke symptomen van de kankerziekte in voorkomen, inte-

Sluiten