Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 16—19. Schematische lengtedoorsneden door draaiharten. Wondplaatsen zwart. Vergr.: 2 maal. „ 20. Tengevolge van het zuigen van Contarinia torquens en van lateren groei, kroes geworden blad, van de bovenzijde gezien. Nat. gr.

PLAAT IV.

Fig. 21. Dito blad, van de onderzijde gezien. Nat. gr.

„ 22. Gedeeltelijk hersteld draaihart van bloemkool, van ter zijde. Nat. gr.

„ 23. Hetzelfde, van de onderzijde gezien. Nat. gr.

„ 24. Hetzelfde, van de bladeren ontdaan. Nat. gr.

„ 25. Draaihart, waaruit het hart is weggerot, terwijl geen nieuwe spruiten uitloopen. Nat. gr.

PLAAT V.

Fig. 26. Draaihart, waaruit het merg is weggerot. Vele nieuwe spruiten liepen uit, die alle zijn weggesneden. Onder de spruit, die is blijven zitten, hebben zich adventiefworteltjes gevormd, in de photographie zichtbaar. De spruit zelve is ook een draaihart. s/4 Nat. gr.

27. Dwarsdoorsnede door de kleinste soort wondjes van de draaiharten. Vergr.: 150 maal.

28. Dwarsdoorsnede door het vegetatiepunt van een baanrijpe plant. Vergr.: 6 maal.

n 29 31. Dwarsdoorsneden door een draaihart, even oud als de plant van fig. 28, resp. boven,

door en onder het verwoeste vegetatiepunt. Vergr.: 6 maal.

32. Uitslag van de herhalingsproef, in den tekst (blz. 60) beschreven; rechts: door infectie verkregen „vallers"; links: gezonde controleplanten.

PLAAT VI.

Fig. 33. Schelpvormig gebogen kropblad, waarin de kanker van uit den stam op de hoofdnerf en het bladmoes daaromheen is overgegaan. De fijne witte stipjes stellen de rose pykniden voor. Nat. gr.

„ 34. Stronk van een z.g. valler. Verg. fig. 8, PI. II. Nat. gr.

„ 35. Lengtedoorsnede door den „valler" van fig. 34.

36. Lengtedoorsnede door den stronk van de „oogstrijpe" kool van fig. 8.

„ 37. Dwarsdoorsnede door den valler van fig. 34, ter plaatse van de wond op het bladspoor.

De kanker heeft zich van hier uit door een mergverbinding in het merg voortgezet. Vergr.: 2 maal.

38. Dwarsdoorsnede door den valler van fig. 34, ter hoogte van de adventiefwortels. Vergr.: 2 maal.

„ 39. Dwarsdoorsnede door den valler van fig. 34, ter hoogte van de vreetplaatsen van de

koolvlieglarve. Vergr.: 2 maal.

40. Lengtedoorsnede door een plant, door Baris sp. uitgevreten; met callus, inwendige adventiefwortels en kanker. Vergr.: 2 maal.

PLAAT VII.

Fig. 41. Lengtedoorsnede door een pyknide op het blad van fig. 33, PI. VI. Vergr.: 650 maal.

42—44. Schematische voorstellingen van de heeling van wonden, in radiale richting door stengel (fig. 42) en wortelhals (43 en 44) aangebracht, in de plant van fig. 43 loodrecht op het protoxyleemvlak van den wortel, in die van fig. 44 volgens het protoxyleemvlak.

Sluiten