Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel vaak lastig. Ter plaatse zal hierop nog nader worden teruggekomen. Daar echter ook in de minder overtuigende gevallen onmiddellijk gevaar voor „besmetting wel uitgesloten is, lijkt het mij beter het onderzoek hiermede voorloopig als geëindigd te beschouwen. Zoodra de locale omstandigheden eens zeer ongunstig schijnen, kan dan hiervoor nogmaals eene serie monsters genomen worden.

De gevolgtrekkingen, waartoe al deze onderzoekingen ten slotte hebben geleid, stemmen nagenoeg geheel overeen met de conclusie's, waartoe U, op grond van uwe topographische waarnemingen, zijt gekomen. Over het algemeen gaven de plaatsen op Schouwen en Duiveland, gebruikt voor schelpdierencultuur, geen reden tot eenige bezorgdheid, terwijl eenige uitmuntten door zuiverheid.'

Methoden van onderzoek.

Wat betreft de wijze, waarop het onderzoek heeft plaats gehad, zijn de methoden gevolgd, welke dr. Van Iterson bij zijne onderzoekingen heeft toegepast. Een kort overzicht hiervan is wellicht niet overbodig.

Het onderzoek is te splitsen in een bacteriologisch en een chemisch deel. Wat het bacteriologisch onderzoek betreft, zoo heeft dit in de eerste plaats ten doel het vaststellen van de „coligrenzen" en van het „aantal kiemen per c.M8. voor het water der putten en voor de oesters of mosselen, welke daarin hebben gelegen. Voor het coli-onderzoek is gewoonlyk gebruik gemaakt van pepton, glucose, en van melksuiker, pepton, lakmoes, phenol, in eene concentratie, die in de tabellen aangegeven is. Er wordt nagegaan met welke minimum-hoeveelheid van het te onderzoeken water gisting, resp. roodkleuring intreedt en met welke maximum-hoeveelheid deze nog achterwege blijft, waarbij hoeveelheden worden gekozen van 50, 10, 1, '/i,, V100 enz. c.M8. Ter contröle worden meermalen van de culturen uitzaaiingen gemaakt op eene gelatineplaat, om na te gaan of de gisting, resp. roodkleuring werkelijk toe te schrijven is aan coli-bacteriën, welke verder onderzocht worden op beweeglijkheid, zuurvorming uit verschillende koolhydraten, gistend vermogen en verder op de vorming van indol en het reduceeren van neutraalrood.

Steeds wordt wat de vloeistofcultuur betreft bij 37° C. gewerkt. Bijna zonder uitzondering gaven al deze controle-proeven een positief resultaat.

In het water der Zeeuwsche Stroomen treft men bijna overal coli's aan, maar op plaatsen, waar dit weinig vermengd wordt met zoetwater, slechts in zeer geringe hoeveelheid. Baclerium coli commune behoort tot de meest algemeen voorkomende microben: in de slooten der weilanden, in de wateren der groote rivieren, in den bodem, in het stof der lucht, overal treft men deze microbe aan. Vooral bij rotting van organische stoffen, zooals afgevallen bladeren, vermenigvuldigt zich deze bacterie in sterke mate. In zeewater of brakwater kan zij echter tengevolge van het keukenzoutgehalte op den duur niet blijven bestaan, maar moet langzamerhand verdwijnen. Het tijdsverloop dat coli's in dit water in leven blijven, hangt af van verschillende omstandigheden, waaronder vooral het gehalte aan organische stof eene belangrijke rol speelt. Worden coli's in belangrijke hoeveelheid in zulk water aangetroffen, dan wijst dit met beslistheid op eene vermenging met zoetwater, dat rijk was

Sluiten