Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plaatsen echter, die zóó ongunstig gelegen zijn, zijn in Zeeland reeds lang op grond van topographisch onderzoek ongeschikt verklaard voor schelpdierencultuur. Het doel van het onderzoek is dan ook niet om na te gaan waar besmetting voorkomt, maar waar zij onder bijzondere omstandigheden zou kunnen optreden en voor dit doel geeft, zooals hierboven nader is uiteengezet, het bepalen van het aantal coli-bacteriën een uitstekend middel aan de hand.

Het chemisch onderzoek bestaat voornamelijk uit het bepalen der oxydatiewaarde met kaliumpermanganaat in neutrale oplossing en van het chloorgehalte door titreeren met zilvernitraat. Zooals in uw rapport, deel II, door dr. Van Iterson vermeld is, wordt onder de oxydatiewaarde verstaan het aantal milligrammen zuurstof, dat noodig is om de hoeveelheid opgeloste organische stof, die het water per liter bevat, te oxydeeren. *)

De bepaling van het chloorgehalte, als chemische methode uitmuntend door nauwkeurigheid, geeft een middel'aan de hand om na te gaan, hoever de vermenging van zout water met zoet water merkbaar is. In vele gevallen kan het chloorgehalte rechtstreeks dienen om den graad van verontreiniging te vervolgen, namelijk wanneer een bacteriologisch onderzoek van het zoete water de bewijzen heeft geleverd, dat dit laatste werkelijk verontreinigd is.

De watermonsters zgn gewoonlijk geschept even onder de wateroppervlakte, op eene zoodanige wijze, dat geen drijvend vuil in de flesschen kan geraken. Op afwijkende uitkomsten, verkregen met op grootere diepte geschepte monsters, zal later worden teruggekomen. De monsters zijn steeds dadelijk na aankomst in het laboratorium in bewerking genomen, d.w. z. in het ongunstigste geval na ongeveer 12 uur, gewoonlijk echter na 6 a 8 uur. Dit is dringend noodzakelijk, wijl met uitzondering van het chloorgehalte, alle overige uitkomsten door het bewaren van het monster aanmerkelijk verandering ondergaan.

Ook de schelpdieren zijn altijd zoo spoedig mogelijk aan het onderzoek onderworpen. In verband met de geringe hoeveelheden vloeistof, die zoowel de oester- als de mosselschelp bevat, is steeds voor het onderzoek op colibacteriën, eene maximum-hoeveelheid van 1 c.M8. genomen, reden waarom, in geval deze quantiteit een negatief resultaat gaf, de hoogste coli-grens in de tabellen oningevuld gebleven is. De mosselschelp bevat somtijds zelfs zoo weinig vocht, dat de quantiteit ontoereikend is voor de verschillende culturen: in enkele gevallen is dientengevolge voor de coli-culturen eene andere mossel genomen dan voor de plaat-cultuur.

*) Door het aanbrengen van eene kleine wijziging in de methode van bepaling der oxydatiewaarde zijn de hiervoor in dit rapport genoemde cijfers in het algemeen iets lager dan de door dr. v. Iterson in zijne verslagen aangegeven waarden.

Sluiten