Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts 8,87 gram per L , de oxydatiewaarde 6,05, de coli-grenzen beide Ylooo—Vuo C-M\ Van het tweede monster (No. 607) is het bacteriën-aantal nog vrij gunstig en wel 725. De coli-grenzen zijn, vergeleken met die, welke hier een half uur geleden gevonden werden, iets gedaald en bedragen nu Vio—1 c.M3., zoodat nog van geen belangrijke verontreiniging sprake is. Uit de vrij groote zuiverheid van dit monster volgt, dat hier de strooming van het vuile water in Westelijke richting niet noemenswaardig merkbaar is.

Drie kwartier na laagwater, dus 15 minuten later, zijn monsters genomen op elk der perceelen Nos. 99, 90 en 66. De beide laatste liggen ongeveer even ver van den mond der haven verwijderd, perceel No. 90 echter grenst aan de laagwaterlijn, terwijl No. 66 tegen den havendam gelegen is. De eerstgenoemde perceelen zijn zeer sterk verontreinigd, vooral No. 99 (monster No. 608), waar het chloorgehalte tot 8,73 gram per L. gedaald, de oxydatiewaarde tot 6,51 gestegen is; van perceel No. 90 (monster No. 609) zijn de resultaten iets minder ongunstig: het chloorgehalte bedraagt 11,93 gram per L., de oxydatiewaarde 4,37. De coli-grenzen van beide monsters bedragen Vioo-Vto c.M\ Het monster (No. 610), geschept op perceel No. 66, geeft, hoewel de verontreiniging ook hier vrij belangryk is, toch niet zulke slechte uitkomsten als de beide eerstgenoemde: de oxydatiewaarde bedraagt 5,21, het aantal bacteriën 3700 met 225 versmeltende, de coligrenzen zijn '/io— 1 en 1—10 M8. Het vuile water, deels nog uit de haven geloosd wordende, deels met den ebstroom uit het Zijpe terugkeerende, bleek zich dus op dezen datum voornamelijk over de meer nabij de laagwaterlijn gelegen perceelen te bewegen, terwijl de dicht bij den havendam liggende, daarvoor eenigszins gespaard bleven. Dit zelfde volgt ook uit de resultaten der laatste twee monsters (Nos. 611 en 612), genomen één uur na laagwater op de perceelen Nos. 5 en 100. Laatstgenoemd perceel ligt aan het einde van den havendam vlak bij de mondig der haven. Weliswaar wordt dit perceel aanzienlijk verontreinigd, daar de oxdatiewaarde 4,55 bedraagt, het aantal kiemen 3025 per c.M3. en de coli-grenzen beide 'Aoo—'Ao c.M3., maar de verontreiniging is toch lang niet in die mate als van perceel No. 5, waar de oxydatiewaarde 7,09 bedraagt en de coli-grenzen VlOOO——VlOO c.M3. Ook het chloorgehalte in het eerste geval, zijnde 14,41, in het laatste slechts 4,55 gram per L., wijst op een kolossaal verschil. Zooals uit een volgend onderzoek zal blijken, is de strooming van dit water in hooge mate afhankelijk van de windrichting, in dit geval was deze Zuid-West. Bij een volgend onderzoek met Zuid-Oostenwind bleek 't vuile water juist in hoofdzaak langs den havendam te stroomen. Hierop zal nader worden teruggekomen.

Het plan was, bij dit onderzoek nog een aantal monsters te nemen, nadat de stroom gedurende langeren tijd in Westelijke richting had gegaan.

Daar echter, zooals reeds gemeld is, het water zeer langzaam opkwam, zou het, indien hierop gewacht was, te laat zijn geworden voor de stoomtram, die de monsters naar Bergen-op-Zoom moest vervoeren, ten einde deze zoo spoedig mogelijk aan het onderzoek te onderwerpen, zoodat van dit voornemen moest worden afgezien.

De verkregen resultaten zijn reeds voldoende, om de volgende conclusies te trekken:

Sluiten