Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van noemenswaardige verontreiniging der vlei door polderwater, dat met het opkomen van den vloed uit de Grevelingen terugkeert, was blijkbaar, althans op dezen datum, geen sprake.

Den Sslfn September zijn nogmaals een tweetal watermonsters in de vlei genomen en wel beide 1'/4 uur nk laagwater (zie bijlage M., monster Nos. 710 en 711). Ook ditmaal was het chloorgehalte iets lager dan dat van het zuivere rivierwater. Beide monsters kunnen echter ook nu zeer zeker als zuiver worden beschouwd.

Ten slotte werd op denzelfden datum nog eens een aantal oesters bacteriologisch onderzocht. De resultaten (bijlage M., monster No. 712) waren weliswaar wat de coli-grenzen betreft niet zoo gunstig als bij het vorige onderzoek. Toch mogen zij weder als „zuiver" worden aangemerkt.

De conclusies, waartoe de beschreven onderzoekingen leiden, zijn:

1°. De eenige mogelijkheid, waardoor verontreiniging der vlei veroorzaakt zou kunnen worden, is door de beide stoomgemalen van het Dijkwater.

2°. Het water, geloosd door het stoomgemaal van den Dreischorpolder, kan niet „direct" de vlei bereiken.

3°. Het water, geloosd door het stoomgemaal van <len Vierbannenpolder, kan, wanneer dit bij hoogwater werkt, wel „direct" in de richting der vlei worden gestuwd. Het is dan echter zóódanig verdund en verspreid, dat daarbij van eene noemenswaardige verontreiniging dier vlei geen sprake is.

4°. Een deel van het door de beide genoemde stoomgemalen geloosde water kan gedurende korten tijd „indirect" de zuiverheid van de vlei beïnvloeden, namelijk wanneer het door den vloedstroom wordt teruggestuwd. Ook dan is dit water in zóó hooge mate verdund, dat zelfs in de meest ongunstige gevallen eene noemenswaardige verontreiniging niet verwacht kan worden.

5°. De vlei van Dreischor komt dus voor het uitreiken van certificaten stellig in aanmerking.

Sluiten