Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De krachten in de structuur van een bepaald systeem gegeven, noemt Reinke in onderscheiding van de energie, die er in werkt, dominanten. De dominanten verbruiken dus de energie tot een bepaald doel. Zonder de energie zyn zy werkeloos. Er bestaat tusschen die twee een wisselwerking. De dominant is dus een kracht, die op de energie inwerkt. Hij dwingt deze zich in bepaalde richting te ontwikkelenl).

Zooals bij eene machine is er nu ook by de organismen tweeërlei te onderscheiden: energetische en psychische kracht. Deze laatste komt overeen met de dominanten der machine.2)

Evenals Cartesius vergelijkt hij de organismen met mechanische systemen, zoodat ook in de organische wezens de aanwezige energie slechts dan nuttig kan werken, als zij wordt geleid, verdeeld en verzameld door een besturenden factor, d. i. door een dominant3). De onbewust psychische krachten hebben zulk een domineerende functie. De instincten vooral zijn als zoodanig te beschouwen. Zy verleenen ook een machinale zekerheid aan de handelingen.

De in de organismen arbeidende energiën hebben dus de waarde van dienende krachten, die beheerscht worden door de wetten van den vorm en de daaruit voortvloeiende krachten. Deze opvatting noemt Reinke: de mechanistisch-vitale4).

In elke cel, in elke plant, in elk dier zijn dus tweeërlei krachten te onderscheiden: dienende en heerschende. Beide werken zij op elkander in, beide zijn onmisbaar voor het levensbestand.

Ik kan niet nalaten de aandacht te vestigen op de treffende overeenkomst, die er tusschen deze mechanistisch-vitale theorie van Reinke, en de conceptie van Leibniz valt waar te nemen. Tot zelfs in de monade

*) a. w. S. 103. Wahrend jede Energie neben ihrer Oualitat auch immer eine Quantitat reprasentirt, sind die Dominanten Qualitaten; aber sie sind Krafte, weil sie au! die Energie einwirken, weil sie diezelbe zwingen sich in bestimmten Richtungen zu entwickeln, sie zertheilen und concentriren, sie richten und reguliren und eine Energieform in eine andere umwandeln.

3) a. w. S. 104. Also ein Dualismus der Krafte, wie bei den Maschinen, wo den psychischen Kraften die Dominanten entsprechen.

®) a. w. S. 105. Auch im Organismus kann die Energie nur nutzbringend wirken, wenn sie regulirt und gerichtet, zerlegt und gesammelt wird durch lenkende Krafte, durch Dominanten.

4) a. w. S. 108. Diese meine Anschauung möchte ich als die Mechanistisch Auffassung des Lebens bezeichen, oder, wenn man dies vorzieht, als die mechanistisch vitale. Ihr Kern besteht darin, dass den in den Organismen arbeitenden Energien nur der Werth dienender Krafte zukommt, die beherrscht werden von den Gesetzen der Form und der aus ihr sich ergebenden Kraften.

Sluiten