Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Leibniz vinden wjj de distinctie tusschen actieve en passieve krachten. In zijn philosophie wordt ook onderscheid gemaakt tusschen de energie en de daarop inwerkende actie, die de energie leidt.1) Die „force active", die het principe is van de eigenaardige bestaanswijze van elke monade, is een eerste „entéléchie," die den vorm bouwt en die onderscheiden moet van de „force passive", die de materie voortbrengt.2) Ook by hem dezelfde opmerking, dat in de materie op zichzelve geen grond kan zijn, dat de deelen zich vereenigen tot een geheel.3) En zoo spreekt hij van het psychisch moment als van eene „anima," van een „formaanimae" zelfs van „animae dominantes" bij voorkeur van den mensch gebezigd, maar toch ook op andere organische wezens toegepast.4)

Nu tracht Reinke wel den schijn van metaphysica te ontgaan door zijne dominanten op te nemen in het physico-chemische kader en ze voor te stellen als product der organisatie, door te verklaren, dat zij onbewust handelen en zoo weinig weten van hetgeen zij doen, als het raderwerk van een chronometer, maar daardoor ontkomt hij toch niet aan hare macht. Ook hierin blijkt zijne treffende overeenkomst met

') Oeuvres de Leibniz, a. w. La monadologie, p. 719, no. 79. Les dmes agissent selon les lois des causes finales par appétitions, fins et moyens. Les corps agissent selon les lois des causes efficientes ou des mouvements.

*) a. w. De ipsa natura sive de vi insitaactionibusque creaturarum, no. 10 en 11.

®)a. w. Système nouveau de la nature no. 3. p. 636, je m'apercus qu 'il est impossible de trouver les principes d'une véritable unité dans la matièrc seule.

4) Oeuvres de Leibniz, a. w. De ipsa natura sive de viinsita actionibusque creaturarum, p. 671. Et contra potius arbitror neque ordini, neque pulchritudini, rationive rerum esse consentaneum; ut vitale aliquid, seu immanenter agens sit in eixgua tantum parte materiale, cum ad majorem perfectionem pertineót ut sit in omni; neque quidquid obstet, quominus ubique sint animae aut analoga saltem animalibus; etsi dominantes animae, atque adeo intelligentes, quales sunt humanae, ubique esse non possunt.

Zoo ook p. 673. Atque hoe ipsum substantiale principium est, quodin viventibus anima, in aliis iorma substantialis appellatur.

Système nouveau de la nature, 1. 1. p. 640. De plus, par le moyen de 1'dme ou de la iorme, il y a une veritable unité qui répond è ce qu'on appelle moi en nous.

Monadologie, a. w. p. 718. No. 70. On voit par ló que chaque corps vivant a une entéléchie dominante qui est 1'fime dans 1'animal, mais les membres de ce corps vivant sont pleins d'autres vivants, plantes, animaux, dont chacun a encore son entéléchie ou son öme dominante.

Sluiten