Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schitteren, dan de soldaat, die slechts een ijzeren kruis bejoeg? Hoe verhoudt zich het geluk des machtigsten monarchs tot dat van zijn geringsten onderdaan? Waarom treft ons het lied zoo diep, waarin Tsaar Peter de Groote zijn arbeid, zijne wenschen en zijne macht schildert en dat sluit met „o hoe zalig, hoe zalig, een kind nog te zijn!"?

Ecce homo! Aanziet den mensch!

Hij wenscht, hij begeert, hij zwoegt tot aan zijn dood! Hij wil het geluk bejagen. Doch het geluk is eene hersenschim. De mensch is een lijder; gelijk al het levende is hij de slaaf van het instinct.

's Menschen twee groote hartstochten moeten tot hun recht komen: dat is Gods, des Scheppers, wil en wet.

Daartoe is in de eerste plaats een voldoend bestaan voor allen noodig en in de tweede plaats de gelegenheid voor elk, om zich te onderscheiden.

Alle regeering, alle politiek moet het voldoend bestaan voor allen tot hoofddoel hebben.

Voor allen !

Waar de eene stand bevoorrecht wordt ten koste van den anderen; waar het aan een deel der bevolking gemakkelijk gemaakt wordt, de eeuwige instinctieve wet na te leven, terwijl het andere belemmering gevoelt: daar komt straks de revolutie, daar toont zich straks de macht van het instinct, en de bevoorrechten worden met hunne begunstigers verpletterd; het verstand verliest zijn vermogen, de ontbreidelde hartstocht werkt alleen, en in zijne dierlijke woede gaat de mensch verder, dan hij ooit bedoelde. De hoogste wet was geschonden: zij is in hare kracht hersteld.

Is dan terugkeer mogelijk, terugkeer tot datgene, wat instinctief gevoeld werd als verkeerd ?

Over de wijzen, waarop en de middelen, waardoor het doel, een voldoend bestaan voor allen, te bereiken is, kunnen de meeningen verschillen.

Dat geeft het ontstaan aan eerlijke partijschap.

Elke andere, geboren uit de eerzucht der enkelen, is een onheil, is verderfelijk voor de gemeenschap.

Door zijne eerzucht wordt de mensch gevangen en in de boeien der partij, ook der verderfelijkste, vastgehouden.

Van de eerzucht heeft de staatkunde, de goede zoowel als de slechte, steeds gebruik weten te maken, om zich kosteloos te laten dienen.

Zie dien Duitschen monarch zijne macht over zijn volk

Sluiten