Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de daad is ze gebleven, want in macht komen de tegenwoordige Staten-Generaal met die van vroeger tijden overeen, ja, hunne macht is toegenomen, want nimmermeer zal Amsterdam zich tegen den wil der Staten-Generaal verzetten, als die wil zich in eene wet heeft uitgedrukt, nimmermeer zal Amsterdam door geweld van wapenen behoeven gedwongen te worden, om .... toe te geven, zooals dat twee eeuwen geleden nog noodig was.

De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele Nederlandsche volk, zegt het eerste artikel van dit hoofdstuk, het 7óste der geheele wet.

Al is een afgevaardigde ook door en voor het district A ot het district Z gekozen, hij mag zich, als hij inderdaad zijn plicht wil doen, niet laten leiden door de belangen van z ij n district, hij moet steeds de behoeften en het welzijn van gansch het volk voor oogen hebben. Dat wordt nog eens uitdrukkelijk gezegd in artikel 86: De leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen. Zij hebben dus enkel te rade te gaan met hun geweten; zij mogen niet vragen naar de meening van hunne kiezers.

Voortaan zal de Tweede Kamer der Staten-Generaal uit honderd, de Eerste uit vijftig leden bestaan. De leden der Tweede Kamer worden „rechtstreeks gekozen door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders, die de door de kieswet te bepalen kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand bezitten en den door de wet te bepalen leeft ij d, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt."

Voor den eersten keer zullen de bij de Grondwet gevoegde artikelen, de zoogenaamde additioneel e, de verkiezing der Tweede Kamer regelen. Eene der eerste werkzaamheden van de nieuwe Kamer zal wel zijn: het tot stand brengen van eene kieswet.

„O m lid der Tweede Kamer te kunnen zijn, wordt alleen vereischt, dat men mannel ij k Nederlander zij, niet bij rechterlijke uitspraak de beschikking over zijne goederen hebbe verloren, noch van de verkiesbaarheid ontzet zij, en den ouderdom van dertig jaren vervuld hebbe." Aldus art. 84.

Wie eenmaal lid der Kamer is, blijft het, — als hij leeft en de Kamer niet ontbonden wordt, — gedurende vier jaren.

Sluiten