Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teerde Staten is de Commissaris des Konings, door het volk nog meestal naar oude wijze de Gouverneur genoemd. De Commissaris des Konings wordt in elke provincie door den Koning aangesteld en met de uitvoering zijner bevelen en met het toezicht op de verrichtingen der Staten belast. Hij heeft in de vergadering der Provinciale Staten geene stem, doch wel in die der Gedeputeerde.

Ziedaar in hoofdzaak alles, wat de grondwet van de regeering der provincie zegt. Het verdere is te vinden in eene bijzondere wet, de Provinciale Wet, omdat het noodig kan blijken, daarin verandering te brengen, wat geen lichte zaak is, waar het de constitutie geldt. Zoo bepaalt de Provinciale Wet voor ZuidHolland het aantal der leden van de Staten op tachtig en dat van de Gedeputeerde op zes. Dat de Commissaris des Konings in dit College de zevende man is, vergroot zijne macht aanzienlijk; immers in zaken van groot belang is zijne stem, de laatst uitgebrachte, beslissend. Ook stelt de Provinciale Wet vast, dat vader en zoon, schoonvader en schoonzoon, stiefvader en stiefzoon niet tegelijk in de Staten van een gewest kunnen zetelen; dat de leden der Staten reis- en verblijfkosten genieten en de leden der Gedeputeerde eene jaarlijksche bezoldiging, half als vast traktement, half als presentie-geld; dat de Provinciale Staten jaarlijks twee gewone vergaderingen houden; dat de leden niet mogen meestemmen in zaken, die hunzelven, hunne echtgenooten of hunne bloedverwanten aangaan of waarin zij als gelastigden optreden; dat de leden van Gedeputeerde Staten niet tevens eene bezoldigde lands-, provinciale of gemeentelijke betrekking mogen bekleeden, geen dijkgraven, leden of beambten van waterschappen, noch hoogleeraren, onderwijzers, notarissen, procureurs of praktiseerende advocaten mogen zijn. Tusschen de leden onderling en den Commissaris des Konings mag geene bloedverwantschap tot en met den derden graad bestaan en zij mogen in pachten, leveringen of aannemingen ten behoeve der Provincie noch middellijk noch onmiddellijk deelnemen. Het moeten geheel onafhankelijke en onpartijdige mannen zijn en blijven.

De Commissaris des Konings heeft eene instructie, die hem voorschrijft, om de vier jaar elke gemeente der provincie minstens eenmaal te bezoeken. Hij moet dan onderzoek doen naar alles, wat het beheer der gemeente betreft, en allen te woord staan, die hem in het belang der gemeente wenschen te spreken Van zijne bevindingen moet hij verslag geven aan de Gedeputeerde Staten en aan den Minister van Binnenlandsche Zaken.

Sluiten