Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katholieke priesters eene beurt, maar in het noorden, waar nog geene hiërarchie bestond, kwam het niet spoedig tot een geregelden toestand. De scheiding in 1830 maakte het voor de katholieken niet beter. De grondwet van 1848 gaf het artikel, zooals wij het nu kennen, zoodat het leeuwendeel der „traktementen" voor de predikanten der Nederlandsch Hervormde Kerk bleef; de Joden kregen subsidiën, vooral voor de opleiding van hunne geestelijken; de katholieke bisschoppen en pastoors hebben „traktementen" (de laatsten elk ƒ 400.— 'sjaars), de kapelaans ontvangen niets uit 's Rijks kas.

Er is weinig gelijkvormigheid, maar dit staat vast, dat er tegenwoordig Modernen, Liberalen, Orthodoxen, Ethischer), Irenischen, Lutherschen, Jansenisten en Roomschen zijn met tractementen, en Afgescheidenen, Doleerenden en anderen zonder. Het aantal der „onderscheidene gezindheden" wordt met den dag grooter.

Of het billijk is, dat de eene „gezindheid" iets ontvangt uit 's Rijks kas en de andere niet, willen we hier niet bespreken, want we zouden tot eene slotsom moeten komen en partij moeten kiezen, wat bij ons onderwerp, dat alleen inlichting bedoelt, niet zou passen. Laat ons slechts zeggen, dat Dr. Kuyper en zijne partij schrapping van het grondwetsartikel willen, onder afgifte door den Staat van het kapitaal, uit welks rente de traktementen bestreden worden; afgifte van dat kapitaal aan de gemeenten. De Katholieken zijn ook voor de schrapping, doch zij maken aanspraak op het kapitaal, en, naar het ons voorkomt, niet ten onrechte. Al de oude kerken en kerkelijke goederen waren hun eigendom, hun geschonken en gelegateerd door personen van hunne belijdenis; vaak waren aan die schenkingen en legaten voorwaarden verbonden, die alleen de katholieke kerk kan vervullen.

Merkwaardiger echter dan deze strijd is de waarheid, dat het meest verdrukte kerkgenootschap, dat gedurende bijna drie eeuwen geene traktementen trok, maar integendeel al zijne goederen verloor, in onze dagen in ons vaderland het meeste bloeit.

De katholieke kerk heeft in Nederland 2235 standplaatsen voor geestelijken en niet minder dan 114 priesters wijden zich aan het hooger theologisch onderwijs te Driebergen, Warmond, Hoeven, Haaren en Roermond, of aan de voorbereiding daartoe te Kuilenburg, Voorhout, St.-Michielsgestel, Bavel en Rolduc, terwijl bovendien nog honderden geestelijken lager en middelbaar onderwijs geven. Niet ééne vacature.

Sluiten