Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verkeerd voor; alle wetten worden vastgesteld door de Staten-Generaal en door den Koning; ze worden ook alle afgekondigd en alle bij de overige wetten gevoegd. Eene niet vastgestelde, niet afgekondigde wet zou waarlijk een alfje in het vierkant wezen. Neen, de kracht zit in het woord plechtig.

Plechtig geschiedt de afkondiging. En hoe groot die plechtigheid wezen kan, hebben we gezien. We hebben ook vele rapporten van plechtigheid gelezen; vooral in de groote steden is het beste beentje voorgezet geworden. Wel ons, dat we geleefd hebben in een tijd, dat er zooveel geestdrift en zooveel plechtigheid te aanschouwen viel!

Zoo blijft het alfje ons met zijne scherts plagen. We hebben moeite, om het tot ernst te brengen.

De voornaamste veranderingen, die de jongste herziening ons heeft gebracht, willen we ten slotte nog kortelijk recapituleeren: ze hebben betrekking op de troonsopvolging, de uitbreiding van het kiesrecht, de vermeerdering van het aantal volksvertegenwoordigers, de regeling der defensie en de invoering eener administratieve rechtspraak. De volgorde der op den troon rechthebbenden is thans aldus: i. Prinses Wilhelmina. 2. Prinses Sophia, zuster van Z. M. den Koning, gehuwd met den groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach. 3. De nakomelingen van wijlen Prinses Marianne, de tante van Z. M. den Koning. 4. De nakomelingen van wijlen Prins Frederik, den oom van Z. M. den Koning. Bij dezer ontstentenis hunne kinderen. Als wij goed geteld hebben, is er op het oogenblik eene reeks van zestien prinsen en prinsessen, die volgens de aanwijzingen in de grondwet over ons kunnen regeeren bij erfrecht.

Het kiesrecht is niet meer verbonden aan een census van minstens twintig gulden in de kleinste en aan een hooger minimum in de grootere plaatsen; de kieswet zal aanwijzen, wie genoeg „maatschappelijken welstand en geschiktheid" bezitten, om dat veelbegeerde recht te mogen uitoefenen.

De Tweede Kamer is op een rond getal van honderd, de Eerste op vijftig leden gebracht, terwijl ook nog andere mannen dan hoogstaangeslagenen voor de laatste verkiesbaar zijn.

De defensie heeft het leeuwendeel der veranderingen gekregen. De Regeering heeft de handen meer vrij ter reorganisatie van onze strijdkrachten. Deze reorganisatie was onder de oude grondwet niet mogelijk: de oude gordel was te eng. Aan den nieuwen zijn haken en oogen.

Sluiten