Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEEN STEMRECHT.

(1893.)

Les fonles sont stupides.

j elke verkiezing wordt de minderheid, door den arbeid der gekozenen wordt de meerderheid te leur gesteld.

Heel de geschiedenis van Frankrijk in de negentiende eeuw is eene geschiedenis van teleurstellingen.

Even dwaas als degenen, die in het algemeen stemrecht een redmiddel der maatschappij zien, zijn zij, die het vreezen.

Het verstand zal de wet stellen, gelijk het

steeds gedaan heeft.

Het verstand kan niet gedeeld, niet door de gemeenschap overgenomen, niet tot een nationaal bezit gemaakt worden, 't Is eene Godsgave, die gezag met zich brengt. Er is geene openbaring noodig, om ons te doen zeggen, dat alle gezag uit God is. De dommen hebben geen gezag, al zijn zij legioen: zij kunnen voor een oogenblik aan de voogdij ontsnappen en geweld plegen, doch de maatschappij leeft voort volgens onomstootelijke wetten.

Steeds zullen er menschen zijn, die meer hebben dan andere: de zalm en de oesters zullen niet ongegeten, de fijne wijnen niet ongedronken, de havanna's niet ongerookt blijven.

Ook zal er in ongeurigheden gewerkt en zal er gezaaid, gemaaid, gemalen en gebakken moeten worden.

En ieder zal op zijne beurt nijd en ijverzucht gevoelen. De passies blijven.

Geef gerust om des vredes wil het stemrecht aan alle mannen en geef het uit galanterie ook aan de vrouwen. Niets wordt er slechter of beter door.

Sluiten