Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over deze trits redeneert men dan ook niet op de volksvergaderingen. Vooral ijver en kennis laat men gaarne rusten; daaraan is bij de meesten een tekort.

Waar de werkgever kan, laat hij daarom bij aanneming arbeiden: dan is het hoogste loon voor den man, die het meeste kracht, ijver, kennis en tijd aan het werk besteedt.

En wel jammer is het, dat het werken bij aanneming niet in alle takken van bedrijf mogelijk is. Dan ware er aan veel strijd een einde.

Nu neemt de werkgever een arbeider op tijd.

In de gebruiken daaromtrent heeft de wereld nogal afwisseling gezien. De historie spreekt van koop voor het heele leven. Dat was de tijd der slavernij. Dan hebben we huur voor het heele leven tegen een op vaste tijdstippen uit te betalen vast loon; vervolgens huur voor een jaar tegen eene jaarwedde, huur voor eene week tegen een weekloon, voor een dag tegen een dagloon.

En eindelijk, doch eerst in deze eeuw, zijn we gekomen tot het werken per uur.

Zóó jong is dit gebruik, dat we er nog geene gangbare woorden voor hebben: we spreken nog niet van uurwerk tegen uurloon. Ten plattenlande is de werkdag nog nergens in uren verdeeld: daar wordt nog gerekend van schafttijd tot schafttijd, of, zooals men dat noemt per schaft, per s c h o ft. Een dag is vier schoft: men werkt van vijf tot acht, van negen tot twaalf, van een tot vier, van vijf tot acht; drie tusschenuren, die men verplaatsen, anders verdeelen of inkrimpen kan naar omstandigheid, geven gelegenheid tot voeding en ontspanning; er wordt een uurtje gepraat en gegeten na afloop van den werkdag, en men legt zich te bed tegen negen uur, om zeven uren te slapen.

Meer dan zeven uren slaaps heeft een gezond volwassen mensch niet noodig; meer dan acht uur is zelfs nadeelig.

Er wordt dus twaalf uur gewerkt.

In de fabrieken, waar stoomkracht of groote vuren gebruikt worden, die niet behoeven te rusten en zonder groote schade ook niet kunnen rusten, wordt door dag- en nachtploegen gearbeid; elke ploeg komt twaalf uren en werkt met zeer korte schafttijden: van zes uur 's morgens tot zes uur 's avonds of omgekeerd. De arbeid eischt meer voortdurende inspanning en oplettendheid, doch hij begint ook later en eindigt vroeger, zoodat er meer rusttijd is na den afloop.

Sluiten