Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan ze gewoonlijk daarmee door, verder dan ze zich voorgenomen hadden. Zoo schaften ze dan den eersten en den tweeden stand af.

Dat wil zeggen, ze verbeeldden zich, dat ze het deden. In werkelijkheid veranderden ze heel weinig. Hoe kon het ook? Kan men kracht maken tot zwakte? Verstand tot onnoozelheid ?

Maar veel sterken vielen op een geringer aantal sterken aan en verdrongen ze, versloegen ze, vermoordden ze. En toen kozen ze den voorste tot... . voorste, tot president, consul, koning, keizer, en gaven hem traktement en lieten hem wonen .... in het kasteel van zijn voorganger.

De tienden waren nu niet meer voor de geestelijken en de geleerden, en ook niet voor de vorsten; men legde ze in eene kist, genaamd schatkist. En men haalde ze weer uit die kist, om ze af te geven onder den naam van traktement.

De eerste en de tweede stand, die vroeger vrij waren, moesten nu ook belasting betalen; dat wil zeggen, een klein deel van het traktement moesten ze teruggeven, opdat het weer in de kist gelegd kon worden.

De derde stand kreeg geen traktement. Die kreeg rechten, of eigenlijk maar één recht.

'tWas het kiesrecht, het recht om traktementtrekkers te kiezen, of te laten kiezen door vertegenwoordigers, die het gaarne doen voor traktement en zonder ruggespraak met hunne kiezers.

Men ziet het: de hervorming was grootsch!

Vroeger werd eenieder betaald door degenen, die hem noodig hadden of aan wie hij zich als noodig wist voor te doen. Dat gebruik is nog maar in den derden stand van kracht. Die zich tot den eersten en den tweeden stand weten op te werken, worden betaald door de gemeenschap, uit de tienden, die alleen de derde stand kan voortbrengen, aangezien de andere standen geene stoffelijke zaken, geene vruchten vooral, noch lammeren, opleveren. Waren de inkomsten voorheen nog al veranderlijk, nu zijn ze vast.

Eindelijk heeft men begrepen, dat er niets veranderd is ten voordeele van den derden stand, en dat er ook niets veranderen kan, zoolang er geen aardappelen groeien aan redevoeringen, geen peren aan begrootingen, geen lammeren aan sabels en geweren. De derde stand schikt zich in zijn lot en werkt en werkt: en ziedaar, er zijn vruchten in overvloed.

Sluiten