Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hunne jeugd. De figuren onzer grootouders komen ons daarbij eenigszins zonderling voor; ja, als we ronduit willen spreken, is ons oordeel over hen niet heel gunstig: de rijken van voor vijftig jaren schijnen ons gierige, krenterige menschen, de arbeidende klasse was dom, grof, onverschillig, ellendig.

George d'Avenel vergelijkt in zijn Mécanisme de la vie moderne ook de genietingen en eischen van den tegenwoordigen mensch met die der grootouders. Natuurlijk heeft hij alleen het oog op Frankrijk, doch men mag beweren, dat heel West-Europa met Frankrijk in den pas is gebleven. Aan de hand der statistiek komt hij tot verrassende uitkomsten: „Van 1840 tot 1895 is de hoeveelheid wijn en aardappelen, door ieder onzer medeburgers verbruikt, met de helft vermeerderd; die van vleesch, bier en cider is verdubbeld, die van alcohol verdrievoudigd, die van suiker en koffie viermaal zoo groot geworden. Het verbruik van tarwe is van twee op drie mud per hoofd gestegen. Hoe groot de tegenspoed ook zij, die een Franschman van 1895 treft, tot het eten van zwart brood kan hij niet veroordeeld wezen: hij zou het in zijn vaderland niet vinden. Onze behoeftigen eten de zuivere tarwe der vorsten van voorheen."

Verder achteruit vindt men het nog anders: „Een millionnair zou zich drie eeuwen geleden niet hebben kunnen verschaffen, wat tegenwoordig op de tafel van een eenvoudig burger verschijnt; vijgen en dadels behoorden tot de fijnste lekkernijen, alleen toegankelijk voor de rijksten; de sinaasappelen kostten een paar eeuwen geleden zooveel als tegenwoordig de ananassen; de hertogin van Vendöme zond als een keurig geschenk een paar meloenen aan de koningin van Spanje, die in Vlaanderen vertoefde, en onder Lodewijk XIV schreef mevrouw de Sévigné aan hare dochter: „Eene kop chocolade zou u opknappen, maar ik weet, dat gij geen chocoladeketel bezit. Ik heb daar duizendmaal aan gedacht; hoe zult gij het aanleggen?"

Jacob Cats, onze bekende raadpensionaris en volksdichter, liet een vermogen na van 2,285,806 gulden, en op den dag, dat na zijn dood de inventaris op Zorgvliet werd gemaakt, bracht zijne huishoudster, juffrouw Havius, elf duizend twee en twintig gulden ter tafel, welke som zich als huishoudgeld in de ijzeren kist had bevonden. Welnu, Jacob Cats hield nauwkeurig boek van alle dagelijksche uitgaven; een keukenboekje, door hemzelven geschreven, is te zien in het Museum Catseanum, en daarin komt regelmatig eiken dag:

Sluiten