Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar lang, dat de handhaving van den vrede hunne voornaamste taak, het hoogste doel van hun streven, het voorwerp van hunne dagelijksche zorgen en werkzaamheden was. De volken luisterden naar de wijsgeeren, de redenaars, de keizers en de koningen, doch 't was, of men de Duitschers hoorde fluisteren: „Gij hebt gelijk, wij zijn het met u eens, maar de Franschen, onze erfvijanden, en de Russen . ..

De oorlog is gewis een kwaad. Het is echter een noodzakelijk kwaad, dat voortvloeit uit 's menschen aard. Dat was de opinie van Von Moltke. De dood is ook zoo'n kwaad, dat voortvloeit uit den aard van al het levende: ware de dood er niet, de menschen zouden elkaar levend moeten begraven. Ook de armoede is er een: doe het weg, en uit is het met alles: gij moogt uwe steenkolen zelf gaan delven.

Zoolang de mensch een mensch is, zal hij oorlog voeren, ondanks alle vredecongressen en vredebonden, ondanks alle beschaving, verfijning, zedenleer en godsdienst. Bij de oude Grieken stonden de goden aan het hoofd der strijdende partijen, aan de Israëlieten gaf God den vijand vaak „in de hand" en ook voor den vreedzaamste is „Heer der heirscharen" een treffend woord, dat waarlijk verheven voorstellingen wekt.

En de oorlog heeft ook zijne lichtzijden. Mannen, die deze zijden bij voorkeur hebben bekeken, zeggen het den ouden Griek Democritos van Ephese na, dat de strijd de vader aller dingen is en dat de oorlog de edelste bloem der mannelijke deugden, den heldenmoed, voortbrengt. In zijn onlangs verschenen boek Krieg, Frieden und Kultur zegt de Duitscher Jahns: „Hoeden wij er ons voor, in den droom van den eeuwigen vrede onze zenuwen te laten verslappen, de pezen onzer ziel te laten verlammen: de wapenen zijn de onmist bare bescherming van de beschaving. Houden wij ons kruidroog: laten we het niet bevochtigen met tranen van onvruchtbare sentimentaliteit."

Dat de oorlog verschrikkelijk is, spreekt niemand tegen; maar op dit punt zijn de voorstellingen toch overdreven. Gewis, het dondert, ratelt, knalt, knettert, knapt en sist op de slagvelden; daar wordt geschreeuwd, gehuild, geschreid, gejuicht, gevloekt en gebeden. Gewis, 't is erg en akelig. Maar de voorstelling overtreft de werkelijkheid verre: bij Gravelotte trof slechts één schot van de 400, bij Mars-la-Tour één van de 452. 't Moet daar onbeschrijflijk geknald hebben. Toch vielen bij Gravelotte slechts acht percent, te Mars-la-Tour zestien per-

Sluiten