Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorstraling willen veranderen. Doch wat een boer gezegd heeft, dat heeft hij gezegd.

Onze schoolmeester....

Neemt niet kwalijk, Heeren, dat ik dezen man zoo dikwijls noem : 't is een beste vriend van mij, de eenige, met wien ik ruzie kan hebben, zonder den lust in me te voelen opkomen, om

hem af te rossen.

En ruzie heb ik altijd met hem, want hij noemt het onderwijs eene hoofdzaak, terwijl ik dat maar houd voor eene

bijzaak. . .

Hij heeft er mij al dikwijls op gewezen, dat er toch juist

over dat onderwijs zooveel te doen is geweest; dat er op de kiezersvergaderingen jaar in jaar uit over gesproken is; dat er de partijen in ons land heelemaal van leven en dat er al zooveel wetten voor gemaakt en nooit uitgevoerd zijn.

Maar ik houd er mij bij, dat het onderwijs eene b ij z a a k is. Aan onderwijs is nog niemand te kort gekomen: er zijn altijd leermeesters en leerlingen geweest, altijd knappe jongens, altijd geleerden genoeg. Op den strijd over dat onderwijs heb ik altijd

gezegd: ajakkes!

In onderwijszaken komt immers alles op den meester aan, net als in kerkezaken op den dominee? Met duizend wetsartikelen maak je geen slecht meester goed, noch een zeurder of een lezer tot een flink redenaar. Een fameus spreker preekt je de kerk vol en sticht alleman, al handelt hij maar over mooi weertje.

Nog eens zeg ik: voor een boer zijn geld en flinke

jongens de hoofdzaken.

En aangezien de Heeren het daar in deze dagen over hebben, ben ik zoo vrij, ook mijn loodje in het zakje te leggen. Onze schoolmeester zegt, dat ik moest geschreven hebben

1 ootj e, met eene t.

Ik laat het loodje met de d staan, Heeren, omdat ik bedoel

mijn zwarigheidje.

Kijk, aan de orde is de legerwet.

De Heeren gaan het leger verbeteren.

Wat is het leger?

Heeren, dat zijn de jongens van de boeren en van hunne arbeiders, aangevoerd door de zoontjes van de Heeren.

Het geldt hier de twee hoofdzaken van den boer: zijne

beurs en zijne jongens.

Ik kan, gelijk de meesten van de Heeren al gedaan hebben,

verklaren, dat ik van militaire zaken geene kennis heb.

Sluiten