Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaatje in de kous niet alleen kunnen dichten, ze moeten het practisch, theoretisch, methodisch en paedagogisch kunnen. Eene tasch vol boeken moeten ze erover gelezen hebben; ze moeten het stopje ook mooi kunnen teekenen.

De uitslag van al den arbeid, waaraan zooveel tijd en inspanning ten koste wordt gelegd, is, dat geene der geëxamineerde en geslaagde juffrouwen zich zou durven vestigen als gewone linnennaaister.

Om zich zeiven een beetje te bespotten, heeft de staat dan ook gedecreteerd, dat ongeëxamineerde dames heel best het onderwijs in die handwerken kunnen geven: in menige gemeente

zijn ze ermee belast.

Ouders, die hunne meisjes bekwaam in vrouwelijk handwerk willen hebben, doen wel, als ze van de e e r der geëxamineerdheid afzien en de kinderen toevertrouwen aan eene degelijke costuum-naaister. In minder tijd, dan ze noodig hebben voor het verkrijgen eener deftige akte, leeren ze, wat het heele leven door brood e n eer kan geven. Natuurlijk, mits ze aanleg hebben.

Bij subsidie moet de staat de grootst mogelijke mate van vrijheid gunnen. Het vak voor de vakmannen, dat is eene goede leuze. En de schoolmeesterij met de dikke

boeken er buiten.

Krijgen we mettertijd flinke ambachtsscholen, dan zal het

ambacht weldra in aanzien stijgen en het woord „meester , onder ons sedert meer dan eene eeuw vervallen, zal weer een eeretitel voor den handwerksman worden. De jeugd zal minder gaan ijveren voor het ambt, dat wel vast, maar nooit hoog traktement en gewis nooit rijkdom geeft en ook niet van vader op zoon kan overgaan; de jonge man zal meester willen worden in een ambacht, dat hem wel niet herschept in een hee r, maar dat hem loon geeft naar bekwaamheid en v 1 ij t, de gansche wereld voor hem opent en hem spoedig in staat stelt, zich tot den rang van eerzaam huisvader te verheffen, tot den rang ook van onafhankelijk mensch en geacht staatsburger.

Sluiten