Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TE DEUM LAUDAMUS!

(19 Februari 1887.)

God, loven wij! U, Heer en Regeerder van het eindige en het oneindige, van het zienlijke en onzienlijke!

2. Gelijk het geruisch van de wateren der zee gehoord wordt langs alle stranden, zoo worden ook heden onze stemmen en die onzer kinderen gehoord langs de bogen, die van dit Uw land uitgaan naar alle gewesten.

pr 3. Van onze torens en onze wallen weergalmt

1\ Uw lof uit monden van koper, uit monden vol vuur.

4. En zangen gaan op in de tempels en op de wegen, in de steden en langs de velden, zangen van vreugde over de groote dingen, die Gij aan ons gedaan hebt in onzen koning, Uwen dienstknecht Willem den Derden.

5. Want Gij hebt zijne dagen verlengd tot vele duizenden en zijne jaren tot tien zeventallen.

6. En Gij hebt ons eenen langen vrede geschonken en zijne hand zacht gemaakt over ons.

7. Veertig jaren zijn wij ééne kudde geweest onder den éénen herder, dien Gij ons hebt geschonken; als wij op hem zien, is er eendracht onder ons en liefde.

8. U en hem ter eere zijn land en water overdekt met onze vroolijk wapperende kleuren.

9. De hongerigen worden gespijzigd, de dorstigen gelaafd, de gevangenen verlost, opdat zij heden Uwen Naam verheerlijken en U eeren in Uwen dienstknecht.

10. Het ijzeren ros met zijne vurige oogen doorrent de landen en vliegt over de wateren met daverend geluid.

11. Onze kleuren worden geëerd op alle zeeën; zij dringen

Sluiten