Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hare Majesteit, Zijne Excellentie en de Troonrede, die nu eens werkelijk eene rede was.

En overmits het zoo verrukkelijk was, hebben wij er verbaasd over gestaan, dat de Eerste en de Tweede Kamer alleen gelet schijnen te hebben op het kopje en het staartje en de fijne middelmootjes hebben laten liggen.

Och, ook in de Generale Staten moet de zin voor dichtkunst en letteren nog ontwaken.

II.

Looft den t|jd!

(Dec. 1902).

We hebben veel redenen, om blij te zijn in deze wel donkere, maar toch zoo vreedzame dagen vóór Kerstmis.

Wat een mollig-warme avonden bij haard of kachel! Wat een voorraad van gesprekstof! Wat een wijd veld van schoone vooruitzichten! Wat een drom van lofredenaars in elk clubje!

D i t moet men getuigen, of men wil of niet: 't is sedert lange jaren niet zoo goed gegaan in kerk, staat en maatschappij

als tegenwoordig.

Is er ooit meer onderlinge waardeering bij de verschillende kerkgenootschappen op te merken geweest dan in den jongsten tijd ? Katholiek en Protestant wandelen vriendelijk naast elkander, alle hatelijkheid vergetende, ja verfoeiende, bij het neerzien op den gemeenschappelijken wortel.

Hoe ver ligt de periode der verdeeldheid achter ons! Toen eischten drijvers de afschaffing der predikantstraktementen onder uitkeering van het kapitaal aan de gemeenten. En andere drijvers wilden de teruggave der kerken en goederen, die de vaderen ongerechtiglijk aan de Katholieken ontnamen. De strijdbijl is begraven. De katholieke bladen hebben lof voor het protestantsche Christendom en de Calvinisten prijzen de macht en de grootheid der katholieke kerk. Freule Anna de Savornin Lohman ziet zelfs in het kloosterwezen de eenige oplossing der overbodige-vrouwenkwestie. En zij schrijft aan D e T ij d: „Ik heb de kracht van uwe kerk van nabij gezien buiten en in Europa; en ik hoop, dat ik tot aan mijn dood toe de eerlijke waarheidsliefde zal mogen bezitten, die mij dwingt, te getuigen van mijn eerbied

Sluiten