Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onaangenaamheid weg te nemen. Er waren immers zulke sterke

h0fb°D^erin vergisten we ons deerlijk. Er heerschte al te groote tevredenheid en.... met tevreden menschen is weinig te beginnen. Ons artikel trok slechts de aandacht van enkele heeren, die iaren geleden reeds op hetzelfde aanbeeld geslagen hadden en over het gevolg heel ontevreden waren. Burgemeester \ aarzon Morel van 's-Gravendeel had den 8 Juni 1870, Burgemeester Voeelsang van Heinenoord den 29 Juni van hetzelfde jaar beproefd, de gemeentebesturen bijeen te brengen tot het beramen der noodige maatregelen. De betoogen en oproepingen waren, zooals ons uit de notulen der raadsvergaderingen bleek, zonder meer voor kennisgeving aangenomen. Eene derde poging ondernam in December 1876 Burgemeester Van Dnel van Puttershoek, die geene kosten had gespaard aan onderzoek, en plannen had laten ontwerpen door eenen waterbouwkundige. Al deze arbeid had de belangstelling der tevredenen niet kunnen wekken.

Terwijl we in de gelegenheid gesteld werden, van dit alles kennis te nemen, schreven we een tweede en een derde stuk. Nergens eenige beweging. De prikkel was te zwak.

Toen vonden we er wat op. Bij een vierde artikel, gedateer 2 r Mei 1878, voegden we eene groote kaart, *) waarop we in lijnen, zevenmaal zoo dik als voor gewone oogen noodig en op gewone kaarten gebruikelijk is, voorstelden: Overbrugging van de Oude Maas en het Spui en een spoorweg van zestig kilometer, ter aansluiting van Voorne, Putten en de Hoeksche

Waard aan het groote net.

Dat pakte. De kasteleins hingen die merkwaardige kaart op

in de gelagkamers. Als men lang naar onze spoorlijn keek, kreee men zoo'n indruk van eenvoud, vastigheid en rechtvaardigheid. Overal heette het: „Hier heb je den spoorweg, dien

l •• 99

we ^Seennover d.e d;kke Ujn ver(jwenen de smalle plekjes voor

de bruggen in het niet. Die dikke lijn maakte een einde aan de vroegere oneenigheid over de plaats, waar eene brug zou moeten komen. Ze bracht in eens belangstelling en eendracht. Nog nooit hebben we zoo aardig opgemerkt, wat eene kleinigheid kan doen. Ware de teekening ordinair geweest, we zouden

niets bereikt hebben. . . , , ,

„Als we die spoorlijn krijgen," zei men overal, „kan ne

i) Hierachter verkleind gereproduceerd tot eene gedachtenis.

Sluiten