Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 27 Juni 1885 had de achtste en laatste vergade ring plaats. Tegenwoordig slechts de H.H. D. Kluifhoofd, voorzitter, P. R. Los van Aarlanderveen, M r. J. B. van Osenbruggen, Mr. A. van Weel, B. Vlieland e r en P. M. H. Welker, secretaris.

Klein was de bijeenkomst, maar feestelijk. D e n 12den M e 1 hadden de Staten van Zuid-Holland de voorstellen van Gedeputeerden goedgekeurd: de Hoeksche Waard zou door eene brug met den vasten wal verbonden worden. De voorzitter stelde voor, een adres van dankbetuiging aan Gedeputeerde Staten te richten. Goedgevonden. En dadelijk las de secretaris een concept voor. Eenstemmig vastgesteld. De Commissie droeg den voorzitter op, het adres persoonlijk te gaan overhandigen aan den heer Commissaris des Konings. Aangenomen ter uitvoering. Rondvraag. Niemand verlangde meer het woord. De voorzitter gaf nog een kort overzicht van den zevenjarigen arbeid, dankte de leden voor hunne waardeering, hunne hulp en hun steun en sloot de vergadering, die te vijf uur gevolgd werd door het beraamde diner. Dat was goed; er heerschte eene stemming, die de laatste samenkomst tot eene onvergetelijke maakte. Vóór het scheiden kreeg de secretaris nog eens het woord: „Het moet u wel getroffen hebben, mijnheer de voorzitter," zei hij, „heden den gebruikelijken dank voor de goede leiding der samenkomsten niet uit den mond van een der leden vernomen te hebben. Dit heeft tot reden, dat woorden den leden te gering zijn voorgekomen. U hebt niet alleen de beraadslagingen der Commissie geleid, maar ook buiten de vergaderingen een ijver en eene kracht ontwikkeld, die bewondering afdwongen. Daarom hebben de leden mij opgedragen, u, voor wien het jaar 1885 zoowel in ambtelijke als in huiselijke betrekkingen een feestjaar is, eene dankbetuiging te brengen, die niet gelijk de meest enthousiastische woorden met den wind heengaat. Dat zal dan m ij n laatste werk zijn als secretaris van

deze Commissie." .

En dat is ook het laatste werk geweest: de secretaris bracht

den heer Kluifhoofd eene zilveren bokaal met eene inscriptie, ter herinnering voor kinderen en kindskinderen.

Sedert is de brug gebouwd, al zooveel jaren geleden, dat het opkomende geslacht er zich niets van herinnert. En ze is gebouwd op de plaats, die wij er op de merkwaardige kaart voor hadden aangewezen. Niet echter voor buurtspoor, — dat was te veel verlangd; maar voor eene tramlijn.

Sluiten