Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouds liever aanzetten tot platen, die de scheepvaart straks belemmeren en de zeegaten verstoppen: hij is thans nog de meester,

want hij is de sterkste.

Straks komt wellicht een ander geslacht tot andere gedachten.

Die hier de dijken legden, die den bodem aan de golven ontwoekerden, die hier onberispelijk regeerden, de welvaart bevorderden en de armen onderhielden, het waren uwe voorouders en voorzaten, ambachtsheeren, grondeigenaars, ingelanden, landbouwers in Cromstrijen!

Tien geslachten hebben Cromstrijen gemaakt, tien geslachten

hebben er loon genoten op hun arbeid.

Wat vierhonderd jaar geleden twee en veertig gulden huur opbracht, heeft door uwen gezegenden arbeid eene waarde van zeven millioen gulden gekregen.

1892 is een eerejaar voor u, Cromstrijen!

U groeten het Oudeland van Strijen en het Land van Essche, het Land van Putten en de Beierlanden en Zuid-Holland en het land van Moerkerken! En zij wenschen u geluk!

Zij wenschen u toe, dat gij moogt bewaard blijven bij uwe voorvaderlijke eere en met den nu gedrukten landbouw^ moogt terugkeeren tot de oude welvaart niet alleen, maar in bloei moogt toenemen van eeuw tot eeuw!

Ten eeuwigen dage!

(Juli 1892.)

Pro domo.

De uitgave van mijn boek over Cromstrijen is thans afgeloopen. In duizend exemplaren is het werk verspreid en ik heb allen grond tot dankbaarheid, als ik den uitslag van mijn arbeid overzie. Wat er in de bladen van alle richtingen en in tallooze brieven over gezegd is, schenkt mij de overtuiging, dat ik Cromstrijen geëerd en velen een genoegen gedaan heb.

In een onzer anti-revolutionnaire weekbladen lees ik:

Het was eene goede gedachte van den heer Welker, dat hij dit verhaal te boek stelde, dat hij met eene beschrijving in leesbare hoofdstukken, gekenmerkt door eenvoud in taal en stijl, met eene uitvoerigheid, tot in de geringste bijzonderheden afdalende en toch niet vervelend, maar integendeel van het begin tot het eind aantrekkelijk en onderhoudend, den vreemdeling en den inwoner tot de erkentenis bracht, „dat er edeler veroveringen

Sluiten