Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEUWIGE JEUGD.

(1896.)

Die Welt %1'ird schoner mit jedem Tag!

e vooruitstrevenden, dat zijn dejongen: vrijzinnigheid, geestdrift, verlangen naar het betere, dat is jeugd.

Het betere, waarnaar de jeugd streeft, dat is — het andere.

Spoedig worden de jongen oud: dan komen jongeren, die op hunne beurt werken voor het betere met veel vuur.

Als ze kennis genoeg verworven hebben, om te ontdekken, dat het betere, het andere en het vroegere juist hetzelfde waren, treden ze op den achtergrond:

ze hebben hun plicht gedaan.

Geen oprecht socialist, communist, landnationalisator, of hij meent, dat hij het nieuwe, het eenig goede, het beste heeft bedacht.

Laat hem leven, laat hem streven, laat hem werken: al brengt hij den steen der wijzen niet aan, wellicht vindt hij een oud hoefijzer, dat hij kan verruilen tegen acht kersen.

Och, geloof vrij, jonge man, dat het voorgeslacht, dijken opwerpende, kanalen gravende, bruggen slaande, stoomers bouwende, havens en sporen aanleggende, toch van stroo was en verre van uwe wijsbegeerte, uw verstand, uwe kracht, uwe electriciteit! Redeneer, drijf, spoor aan, werk! Gij kunt de wereld hervormen. Laat u niet tegenhouden door degenen, die u van teleurstelling spreken: het onmogelijke is toekomstig en de wereld zal wèl varen bij uwen arbeid.

Daarom heil de jeugd! De jongeren boven!

Doch heil ook de anderen! Want er moet iemand te overwinnen wezen, zal eene verovering vreugde verschaffen. Alleen de strijd prikkelt alle krachten tot inspanning.

Sluiten