Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NEGENTIENDE EEUW.

(1900.)

I.

Dg enkele weken en we vieren een oudejaarsavond, dien we den negentienhonderdsten sedert de geboorte van Christus noemen, 's Anderendaags zullen we weer met een jaar één beginnen en de twintigste eeuw ingetreden zijn.

Niet zonder een ernstigen terugblik, niet zonder eene dankbare gedachtenis willen we scheiden van de reeks der lustra en der decenniën, waarin ook onze levensjaren, althans onze beste, opgegaan zijn. Vieren we den oudejaarsavond, den nieuwjaarsdag. onzen verjaardag en dien onzer kinderen en

huisgenooten, onze koperen, zilveren en gouden feesten en de gedenkdagen van groote gebeurtenissen, we mogen gewis een nieuw honderdjarig tijdperk niet intreden, zonder van het oude een waardig afscheid genomen en voor de weldaden van het verledene onze erkentelijkheid getoond te hebben. Op de vraag der nakomelingen: „Wat deedt gij aan het einde der negentiende en bij het begin der twintigste eeuw?" zullen wij het antwoord

niet schuldig blijven.

De Duitsche keizer decreteerde verleden jaar om dezen tijd, dat de twintigste eeuw op den toen aanstaanden eersten Januari zou beginnen, waarschijnlijk om te beslissen in een geding van meeningen, dat ook honderd en tweehonderd jaar geleden werd gevoerd. Zijn volk heeft hem plichtmatig gehoorzaamd, maar de overige wereld is in de negentiende eeuw blijven voortleven en zij zal dat doen tot de eerste dag van het jaar één aanbreekt. Begint men ooit anders te tellen dan met één?

De natuur zelve wijst niets aan: de arbeid, de gedachten, het streven, het geluk en de rampen der menschen laten haar

Sluiten